Golf element goud | Cleerdin & Hamer

Huurrecht

Het aanbrengen van wijzigingen aan het gehuurde door huurder

Het komt vaak voor dat een huurder het gehuurde wil opknappen dan wel wijzigingen wil aanbrengen aan het gehuurde. Het uitgangspunt is dat een huurder zonder toestemming van de verhuurder niets mag veranderen aan het gehuurde. Het uitvoeren van aanpassingen aan het gehuurde vereist schriftelijke goedkeuring van de verhuurder. Een uitzondering geldt voor kleine aanpassingen aan een gehuurde. Wat wordt beschouwd als een kleine wijziging? En hoe kunt u toestemming verkrijgen voor ingrijpende wijzigingen aan het gehuurde?

Kleine wijzigingen

Geringe aanpassingen aan het gehuurde zijn toegestaan zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de verhuurder, op voorwaarde dat de kosten voor het verwijderen of herstellen van de wijziging(en) minimaal zijn en bij het einde van de huur zonder noemenswaardige kosten ongedaan gemaakt kunnen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bevestigen van lampen, buitenverlichting, gordijnrails, luxaflex en badkamerkastjes. Het is raadzaam om bij twijfel of een wijziging als “klein” kan worden aangemerkt altijd toestemming te vragen aan de verhuurder.

Ingrijpende wijzigingen

Voor ingrijpende wijzigingen dient schriftelijke toestemming van de verhuurder te worden verkregen. Dit is bijvoorbeeld onder meer van toepassing bij het installeren van een nieuwe keuken of het verplaatsen van een scheidingswand, waarbij bouw- en sloopwerkzaamheden komen kijken. Verhuurders dienen dergelijke verzoeken goed te keuren, tenzij deze de verhuurbaarheid van het gehuurde aantasten of de waarde van de onroerende zaak nadelig beïnvloeden.

Reactietermijn verhuurder

De verhuurder van woonruimte dient binnen een termijn van acht weken na ontvangst van een verzoek van de huurder kenbaar te maken of hij toestemming verleent voor de wijzigingen die de huurder wil aanbrengen. De verhuurder dient de toestemming in elk geval te verlenen als de verandering de verhuurderbaarheid van de woning niet schaadt en niet leidt tot waardedaling van het gehuurde. Als er toestemming wordt verleend, mag de verhuurder van woonruimte hieraan niet de voorwaarde verbinden dat de huurder de wijzigingen bij het einde van de huurovereenkomst weer ongedaan maakt.

Het is niet raadzaam om met de werkzaamheden te beginnen voordat de schriftelijke goedkeuring van de verhuurder is verkregen.

Indien de verhuurder geen toestemming verleent, heeft de huurder de mogelijkheid om in plaats van toestemming van de verhuurder een rechterlijke machtiging te vorderen teneinde de voorgestelde veranderingen uit te voeren. Een machtiging moet voorafgaande aan de werkzaamheden aan het gehuurde worden gegeven. Ook voor het verkrijgen van een machtiging is het van belang dat de huurder niet al eerder de wijzigingen heeft aangebracht. Als de rechter de machtiging verleent, kan de rechter hieraan wel voorwaarden verbinden zoals bijvoorbeeld een verhoging van de huurprijs.