Golf element goud | Cleerdin & Hamer

Arbeidsrecht

Zwangerschapsdiscriminatie

Het komt vaker voor dan u denkt of hoopt: zwangerschap speelt een rol bij de vraag of een arbeidsovereenkomst wordt aangeboden dan wel of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt voortgezet. Uit onderzoek blijkt dat bijna de helft van de zwangeren vermoedelijk te maken heeft gehad met discriminatie op de werkvloer. Een bijzonder zorgelijke vaststelling. Maar als u als werknemer dit vermoeden heeft of als u als werkgever hiervan wordt beschuldigd, wat dan?

Gelijke behandeling

Op grond van artikel 7:646, eerste lid, BW mag de werkgever geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, het verstrekken van onderricht aan de werknemer, in de arbeidsvoorwaarden, bij de arbeidsomstandigheden, bij de bevordering en bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst. De wet bepaalt voorts dat er sprake is van direct onderscheid wanneer een persoon op grond van geslacht op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld, met dien verstande dat onder direct onderscheid ook wordt verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.

Het is de werkgever derhalve niet toegestaan om de zwangerschap van een werknemer te betrekken in de beslissing om een werknemer al dan niet een arbeidsovereenkomst aan te bieden of de al bestaande arbeidsovereenkomst voort te zetten, dan wel in de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt aangeboden of wordt voortgezet.

Bewijslast

De bewijslastverdeling is bij zwangerschapsdiscriminatie hetzelfde als in andere discriminatoire gevallen. Discriminatie is veelal moeilijk bewijsbaar. De wetgever heeft dit als volgt opgelost. De werknemer die meent dat sprake is van het maken van verboden onderscheid moet een begin van bewijs aandragen dat sprake is van discriminatoir handelen. Als de werknemer daaraan voldoet, komt vervolgens de bewijslast bij de werkgever te liggen en moet de werkgever bewijzen dat niet in strijd met gelijke behandelingswetgeving is gehandeld. Het is dus aan de werknemer om een vermoeden van (zwangerschaps)discriminatie aannemelijk te maken. Een enkele stelling dat sprake is van een vermoeden tot discriminatie is onvoldoende. Er zullen wel voldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht moeten worden waaruit dit vermoeden blijkt. Het is dan aan de werkgever om dit vermoeden gemotiveerd en aantoonbaar te weerleggen. Een enkele ontkenning hiervan is onvoldoende.

Conclusie

Zowel voor werknemers als voor werkgevers zijn geschillen met betrekking tot (zwangerschaps)discriminatie vervelend en ingewikkeld. Voor de verschillende (procedurele) mogelijkheden wordt u verwezen naar deze webpagina. Heeft u als werknemer het vermoeden dat er sprake is van discriminatie en wenst u hierin nadere bijstand of advies? Of wordt u als werkgever beschuldigd van discriminatie en wenst u zich hiertegen te verweren of hierover nader advies in te winnen? Neemt u dan vooral contact met ons op.

Zwangerschapsdiscriminatie | Cleerdin & Hamer advocaten
Contact opnemen

Heeft u advies nodig? Heeft u vragen? Neemt u dan vooral contact met ons op.

Golf element goud | Cleerdin & Hamer

Arbeidsrecht specialisten