
Het Gerechtshof Amsterdam geeft de genadeklap: Uber-chauffeurs toch géén werknemers!
3 februari 2026
Door: Joëlle Versluis
Na een jarenlange procedure heeft het Gerechtshof Amsterdam zich op 27 januari 2026 uitgelaten over de kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen Uber en de betreffende chauffeurs. Een aantal chauffeurs en FNV stelde zich op het standpunt dat er sprake was een arbeidsovereenkomst. Uber en een aantal andere chauffeurs stelde zich daarentegen op het standpunt dat er sprake was van zelfstandig ondernemerschap.
Eén van de gezichtspunten voor de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst die volgt uit het Deliveroo-arrest ziet op het ondernemerschap. Voor meer informatie over het Deliveroo-arrest, het procesverloop en de prejudiciële vragen in deze Uber-zaak wordt verwezen naar eerdere blogs. Kort gezegd was de conclusie van de Hoge Raad naar aanleiding van de gestelde prejudiciële vragen dat er geen rangorde bestaat tussen de verschillende gezichtspunten in de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Het gezichtspunt over het ondernemerschap is daarbij niet belangrijker of minder belangrijk dan de overige gezichtspunten. Concreet hield en houdt dit in dat in het geval van de Uber-chauffeurs het mogelijk is dat ten aanzien van hetzelfde werk chauffeurs werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst maar ook als zelfstandig ondernemer. Met dit oordeel van de Hoge Raad was het aan het Gerechtshof Amsterdam om de arbeidsrelatie van de voorliggende chauffeurs te kwalificeren.
Oordeel Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof is van oordeel dat het ondernemerschap, ondanks de aanwezigheid van elementen die wijzen op een arbeidsovereenkomst, zo zwaar weegt (en kan wegen) dat dat de balans kan doen omslaan naar ‘geen arbeidsovereenkomst’. De omstandigheden dienen in zijn totaliteit te worden afgewogen waarbij dan van belang is in welke mate ondernemerschap aanwezig is. Na een weging van de omstandigheden kwam het hof tot de conclusie dat de chauffeurs niet werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst. Hierbij heeft het hof verschillende factoren in aanmerking genomen:
- de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto);
- de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken;
- de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten;
- en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.
Het hof benadrukt dat het niet is uitgesloten dat op basis van individuele omstandigheden een chauffeur wel als werknemer kan worden aangemerkt. Er zal dus steeds per geval een afweging moeten plaatsvinden. Met deze uitspraak is (nogmaals) het belang van het ondernemerschap benadrukt.
Conclusie
Met deze uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam zijn de Uber-chauffeurs toch (in tegenstelling tot het oordeel van de kantonrechter in 2021) als ondernemers zijn aangemerkt. Gelet op het maatwerk dat bij de kwalificatie komt kijken, zal dit onderwerp zich ongetwijfeld verder blijven ontwikkelen in de rechtspraak. Heeft u behoefte aan nadere bijstand en/of advies over de kwalificatie van uw huidige en toekomstige arbeidsrelatie(s), neemt u dan vooral contact op met Joëlle Versluis of één van onze andere arbeidsrechtadvocaten.



