Tussen straf en zorg, waarom een zorgmachtiging al vroeg in beeld moet komen | Cleerdin & Hamer advocaten

Tussen straf en zorg: waarom een zorgmachtiging al vroeg in beeld moet komen

4 juni 2026

Door: Liran Tal

Sinds 2020 heeft de strafrechter een extra instrument in handen: de zorgmachtiging. Het doel van een zorgmachtiging is om verplichte zorg te kunnen verlenen aan iemand die zich daartegen verzet, maar die de zorg wel nodig heeft. Op papier klinkt dat als een mooie ontwikkeling. Niet iedere volledig ontoerekeningsvatbare verdachte past immers binnen het TBS-kader. Soms is vooral behandeling nodig, niet nóg langer verblijf in detentie. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Juist daarom is het belangrijk om als verdediging vroegtijdig aan de bel te trekken.

De zorgmachtiging: mooi idee, lastige praktijk

Met ingang van 1 januari 2020 is artikel 37 Sr – en daarmee de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis – komen te vervallen. Daarvoor in de plaats kwam artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz). Sindsdien kan de strafrechter met toepassing van de Wvggz een zorgmachtiging afgeven, waaronder een opname, om ernstig nadeel af te wenden. Dat klinkt logisch. Zeker in zaken waarin iemand ernstig psychisch ontregeld is en zorg nodig heeft, maar waarbij TBS misschien een te zwaar of een niet passend kader is. De gedachte van de wetgever was duidelijk: meer maatwerk op het snijvlak van strafrecht en zorg. Op grond van artikel 2.3 Wfz komt de strafrechter bovendien een ambtshalve bevoegdheid toe om een zorgmachtiging af te geven. Dat kan zelfs tegen het standpunt van de officier van justitie in, al blijkt uit de wetsgeschiedenis dat dit vooral bedoeld is voor uitzonderingssituaties.

Wanneer de strafrechter toepassing van artikel 2.3 Wfz overweegt, moet de officier van justitie op grond van artikel 5:19 Wvggz de voorbereiding van een zorgmachtiging in gang zetten. Dat betekent onder meer dat een geneesheer-directeur wordt aangewezen, die vervolgens een zorgverantwoordelijke en onafhankelijk psychiater betrekt bij de beoordeling. Belangrijk is daarbij dat het uiteindelijk niet doorslaggevend is of het openbaar ministerie daadwerkelijk zelf een verzoekschrift indient. De wet bepaalt immers expliciet dat de strafrechter óók ambtshalve een zorgmachtiging kan afgeven.

Wanneer kan een zorgmachtiging worden afgegeven?

Verplichte zorg kan worden verleend als iemand als gevolg van zijn stoornis ernstig nadeel doet veroorzaken of dreigt te veroorzaken voor zichzelf, voor een ander of voor personen of goederen in het algemeen. Daarnaast moet verplichte zorg noodzakelijk zijn om dat ernstig nadeel af te wenden, terwijl vrijwillige zorg onvoldoende mogelijkheden biedt. In de praktijk zie je dat rechtbanken daarbij kijken naar vragen als:

  • is sprake van ernstige psychiatrische problematiek?
  • ontstaat daardoor gevaar of ernstig nadeel voor betrokkene of anderen?
  • is behandeling noodzakelijk?
  • en zijn er geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar?

Pas als aan die voorwaarden is voldaan, kan verplichte zorg worden opgelegd. Dat kan variëren van medicatie en toezicht tot een daadwerkelijke opname in een accommodatie.

Het probleem zit vaak niet bij de rechtbank

In een eerdere blog op deze website werd al geschreven over de problemen rondom de voorbereiding van een zorgmachtiging. Die problemen zijn er nog steeds. Kort gezegd komt het erop neer dat de strafrechter wel ambtshalve een zorgmachtiging kan afgeven, maar daarvoor afhankelijk is van informatie die via het openbaar ministerie moet worden aangeleverd. Juist daar loopt het regelmatig vast. Als gedragsdeskundigen signaleren dat verplichte zorg mogelijk passend is, kan de rechtbank het openbaar ministerie verzoeken de voorbereiding van een zorgmachtiging in gang te zetten. Vervolgens worden een geneesheer-directeur en psychiater ingeschakeld. Maar als daaruit een negatief advies volgt, gebeurt het nog steeds dat de procedure feitelijk stopt voordat de rechtbank zich er goed over heeft kunnen uitlaten.

Daarnaast speelt nog steeds de discussie over het verstrekken van stukken. Vaak krijgt de verdediging geen inzage in de medische adviezen die aan het openbaar ministerie zijn uitgebracht. Terwijl die stukken juist essentieel kunnen zijn om te beoordelen of een zorgmachtiging een reëel alternatief vormt voor bijvoorbeeld TBS. Dat wringt, zeker omdat het uiteindelijk gaat om ingrijpende beslissingen over vrijheid, behandeling en veiligheid.

Waarom timing cruciaal is

In de praktijk komt de discussie over een zorgmachtiging pas laat op gang, soms pas op zitting. Er ontstaat dan tijdsdruk. Er moeten nog onderzoeken plaatsvinden, stukken moeten worden verzameld, zorginstellingen moeten worden betrokken en er moet duidelijkheid komen over een passende plek. Tegen die tijd zit iemand vaak al maanden in voorlopige hechtenis. Juist daarom kan het verstandig zijn om al in een vroeg stadium aandacht te vragen voor de zorgcomponent van de zaak. In een recente zaak heb ik daarom al tijdens de raadkamer gevangenhouding expliciet verzocht om het openbaar ministerie op grond van artikel 5:19 lid 2 Wvggz de voorbereiding van een zorgmachtiging in gang te laten zetten. Niet pas later in het strafproces, maar meteen aan de voorkant. De gedachte daarachter is simpel: als je vroeg begint met het verzamelen van de relevante Wvggz-gegevens, kan sneller worden beoordeeld welke zorg nodig is, of verplichte zorg passend is en in welke setting die zorg eventueel kan plaatsvinden. Dat voorkomt ook dat de rechtbank later moet beslissen over een zorgmachtiging zonder over de noodzakelijke informatie te beschikken.

Daarnaast wordt nog wel eens vergeten dat een zorgmachtiging óók een alternatief kan vormen voor (de voortduring van) de voorlopige hechtenis. Wanneer al in een vroeg stadium duidelijk wordt dat verplichte zorg noodzakelijk is, kan een zorgmachtiging mogelijk ervoor zorgen dat iemand niet onnodig lang in detentie verblijft in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Dat is belangrijk, zeker in zaken waarin de voorlopige hechtenis langer dreigt te duren dan de uiteindelijk op te leggen straf of maatregel. In dat soort gevallen moet serieus worden gekeken naar de vraag of detentie nog wel het juiste kader is, of dat behandeling en zorg meer op de voorgrond zouden moeten staan.

De Hoge Raad heeft bovendien benadrukt dat een zorgmachtiging, zeker wanneer sprake is van een opname, een ingrijpend vrijheidsbeperkend kader vormt dat in bepaalde gevallen relevant kan zijn bij de beoordeling van de voorlopige hechtenis. Daarmee kan de continuïteit van zorg worden gewaarborgd, terwijl tegelijkertijd wordt voorkomen dat iemand onnodig lang in een penitentiaire setting verblijft. Uiteindelijk heeft niemand er iets aan als iemand met zware psychiatrische problematiek maandenlang in detentie blijft terwijl eigenlijk vooral zorg nodig is.

Strafrecht en zorg lopen steeds vaker door elkaar

Deze zaken laten goed zien dat strafrecht niet alleen draait om straf. In veel dossiers spelen psychiatrie, verslaving, verstandelijke beperkingen of ernstige ontregeling een grote rol. Dan kom je automatisch op het snijvlak van strafrecht en zorg terecht. Dat vraagt ook iets van de verdediging. Niet alleen ten aanzien van het strafdossier, maar óók nadenken over behandeling, passende zorg, het (civiele) kader en de praktische uitvoerbaarheid daarvan. Juist daar valt vaak veel winst te behalen voor cliënten. En soms begint dat simpelweg met op tijd het juiste verzoek doen. De Hoge Raad heeft eerder al benadrukt dat de rechtbank goed geïnformeerd moet kunnen beslissen over de inzet van een zorgmachtiging. Toch blijft de praktijk weerbarstig.

Daar komt nog bij dat de praktijk ook op een ander punt onder druk staat: capaciteit. Het regelen van een zorgmachtiging kost tijd. Er moeten psychiaters beschikbaar zijn, rapportages worden opgesteld, zorginstellingen worden benaderd en passende plekken worden gevonden. In de huidige praktijk lukt dat lang niet altijd snel. Tekorten binnen de geestelijke gezondheidszorg en lange wachttijden maken dat traject vaak ingewikkeld en tijdrovend. Het is daarom van belang om niet pas laat in het strafproces over een zorgmachtiging na te denken, maar al vroeg te onderzoeken welke zorg nodig is en of een passend civiel kader mogelijk is.

Het maakt dat dit onderwerp voorlopig nog lang niet is uitgekristalliseerd. Wel lijkt één ding steeds duidelijker te worden: juist in zaken op het snijvlak van strafrecht en psychiatrie is het belangrijk om al vroeg actief na te denken over het zorgkader, zodat tijdig kan worden onderzocht welke vorm van zorg passend en haalbaar is.

Recente berichten

Strafrecht

Familierecht

Civiel recht

Bestuursrecht