
Strafbaarstelling voorbereiding WWM-feiten, door verdubbeling strafmaximum
7 juli 2026
Door: Desiree de Jonge
Per 1 juli 2026 is het strafmaximum in art. 55 lid 3 Wet Wapens en Munitie (WWM) verhoogd van 4 naar 8 jaar gevangenisstraf (Stb, 2025, 414). Uit art. 55 lid 3 WWM volgt de strafbedreiging ten aanzien van een aantal misdrijven als verboden (vuur)wapenbezit, het vervaardigen en verhandelen van vuurwapens en invoeren van vuurwapens. Met de verdubbeling van de maximumstraf van 4 naar 8 jaar is voorbereiding (art. 46 Sr) van die feiten strafbaar geworden en daarmee is niet alleen sprake van een fors zwaardere strafbedreiging, maar wordt de deur opengezet naar de vervolging van (veel) meer gedragingen die voorheen niet strafbaar waren.
Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II
De wijziging die per 1 juli jl. in werking is getreden is onderdeel van de wet ‘versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II’ (Stb. 2025, 333). De verhoging van de strafbedreiging op de WWM-feiten behoorde niet tot de oorspronkelijk voorgestelde wijzigingen, maar is het gevolg van een aangenomen amendement (TK 2025-2026, 36463, nr. 11). In dat amendement wordt ingegaan op de risico’s voor de veiligheid van nieuwe(re) 3D-printtechnologien en de online beschikbaarheid van blauwdrukken voor vuurwapens, die door criminele netwerken gebruikt kunnen worden om niet-traceerbare (illegale) vuurwapens te vervaardigen. De bedoeling van de indiener van het amendement was dat 3D-printen en het voorhanden hebben/verspreiden van dergelijke blauwdrukken strafbaar te stellen en dit spoedig te regelen.
Verhogen van de strafbedreiging
In plaats van een specifieke strafbaarstelling gericht op het terugdringen van die gesignaleerde risico’s ten aanzien van het vervaardigen van vuurwapens, is gekozen voor het verhogen van de strafbedreiging. En dit dus niet om uiting te geven aan een herwaardering van de strafwaardigheid van deze feiten of wegens gesignaleerde problemen met het bestaande sanctiepalet, maar als middel om dergelijk handelen voortaan in de strafbare voorbereidingssfeer te laten vallen en als zodanig te kunnen vervolgen. De gedachte is dat de genoemde blauwdrukken onder ‘informatiedragers’ vallen zoals bedoeld in art. 46 Sr en het verwerven, voorhanden hebben etc. daarvan als voorbereiding strafbaar wordt. Onder art. 46 Sr vallen echter ook onder meer het voorhanden hebben van ruimten, vervoermiddelen en voorwerpen die bestemd zijn tot het begaan van het misdrijf waar de voorbereiding betrekking op heeft. Ook de strafbepaling van art. 55 lid 3 WWM heeft betrekking op meer verbodsbepalingen dan alleen het verbod op het vervaardigen van wapens. Door deze verhoging van de maximumstraf wordt dus een veel breder scala aan handelingen strafbaar, waarvan geheel niet uit de parlementaire geschiedenis volgt dat daar behoefte aan bestaat of dat daar gedegen onderzoek naar heeft plaatsgevonden.
Verbodsbepaling art. 9 WWM
De verbodsbepaling van art. 9 WWM is bijvoorbeeld al een ruim omschreven bepaling. Onder het verbod valt namelijk ook het enkele onderhandelen over- of regelen van transacties voor de aankoop, verkoop of levering van wapens. Recent merkte het Gerechtshof Den Haag het via Snapchat doorsturen van berichten waarin wapens te koop werden aangeboden, zonder dat er (prijs)onderhandelingen tot stand waren gekomen, aan als een poging tot het verhandelen van wapens (ECLI:NL:GHDHA:2026:548). Denkbaar is dat het enkele voorhanden hebben van een telefoon (een voorwerp) nu vervolgd gaat worden als strafbare voorbereiding van art. 9 WWM, indien deze bestemd is tot het begaan van die onderhandelingen. Iets wezenlijk anders dan het voorhanden hebben van die specifiek genoemde blauwdrukken of gebruiken van 3D-printtechnologien om niet-geregistreerde vuurwapens te vervaardigen, maar door dezelfde wijziging wel ineens potentieel strafbaar gedrag.
Vervaardigen vuurwapens door blauwdrukken of 3D-printers
Het is verder de vraag of nu juist dat voorbereiden van het vervaardigen van vuurwapens door blauwdrukken of 3D-printers voorhanden te hebben, te verwerven etc. niet al strafbaar was. Op het maken van een beroep op gewoonte van het vervaardigen van wapens stond al een maximumstraf van 8 jaar (art. 55 lid 4 WWM), terwijl in de jurisprudentie niet heel hoge eisen worden gesteld aan de kwalificatie dat van dat handelen een gewoonte is gemaakt. Dat een vervolging van voorbereiding via die band niet succesvol zou (kunnen) zijn, is niet evident. Het is dus maar de vraag of de wijziging echt tegemoetkomt aan een bestaand gebrek aan vervolgingsmogelijkheden en het vroegtijdig kunnen ingrijpen.
Fors verhogen strafmaximum op verboden wapenbezit, wapenhandel etc.
Voorstelbaar is verder dat als gevolg van het nogal fors verhogen van het strafmaximum dat is gesteld op verboden wapenbezit, wapenhandel etc. zwaarder voor die feiten zal worden geëist en gestraft dan nu het geval is. Dat is belangrijk om te signaleren, omdat de strafverhoging zoals gezegd niet is gelegen in het strafwaardiger achten van deze feiten. Dat was anders ten aanzien van automatische vuurwapens. Gedragingen ten aanzien van die wapens kregen in 2020 wél vanwege de behoefte daar zwaarder voor de kunnen straffen een aparte strafbedreiging van 8 jaar, door een wijziging van lid 3 en de toevoeging van lid 7 aan art. 55 WWM. Door de inwerkingtreding van het gewijzigde lid 3 per 1 juli jl. hebben feiten ten aanzien van alle categorie II wapens dus binnen een paar jaar weer hetzelfde strafmaximum gekregen en komt de onderscheidenlijke ernst van automatische vuurwapens niet meer in de WWM tot uitdrukking. Hetzelfde geldt voor het plegen van die feiten onder bijkomende – voorheen dus strafverhogende – omstandigheden, zoals het plegen van die feiten met een terroristisch oogmerk. Wetssystematisch bevreemdt dat allemaal nogal. De toenmalige minister heeft het amendement ook ontraden omdat in vergelijking met die feiten het enkele voorhanden hebben van een vuurwapen, dan wel verhandelen of invoeren daarvan, anders disproportioneel hoog zou kunnen worden bestraft. Desondanks is het amendement aangenomen.



