
Berechting van op Schiphol aangehouden drugskoeriers: nieuwe richtlijnen of toch de LOVS-oriëntatiepunten?
28 mei 2026
Door: Casper Sira
De berechting van drugskoeriers op Schiphol is al jaren een vast onderdeel in de Nederlandse zittingszaal. Reizigers die worden betrapt op het in- of uitvoeren van harddrugs worden doorgaans geconfronteerd met stevige straffen. Lange tijd boden de LOVS-oriëntatiepunten daarbij een duidelijk en voorspelbaar kader voor de strafoplegging.
Toch lijkt daarin recent een belangrijke verschuiving te zijn ontstaan. Sinds 2 december 2025 kan namelijk worden gesproken van een kentering in de manier waarop deze zaken worden beoordeeld. Op die datum heeft de rechtbank Noord-Holland een vonnis gewezen waarin voorlopige, meer specifieke uitgangspunten zijn geformuleerd voor de bestraffing van drugskoeriers die op Schiphol worden aangehouden met verdovende middelen van lijst I van de Opiumwet (artikel 2 onder A). Waar voorheen de LOVS-oriëntatiepunten in de praktijk vaak automatisch leidden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, is dat uitgangspunt niet langer vanzelfsprekend.
Een ‘scheefgroei’ in beeld
De aanleiding voor deze koerswijziging ligt in wat de rechtbank zelf aanduidt als een “scheefgroei” in de strafoplegging. Schiphol-koeriers – vaak aangehouden met relatief beperkte hoeveelheden drugs en een uitvoerende rol – kregen in de praktijk geregeld straffen opgelegd die moeilijk te rijmen waren met die van verdachten in grootschalige drugszaken.
Waar organisatoren en aanstuurders van internationale drugstransporten soms lagere straffen ontvingen (bijvoorbeeld door procesafspraken met het Openbaar Ministerie), werden de zogeheten Schiphol-koeriers – veelal kwetsbare verdachten met beperkte handelingsruimte – relatief zwaar bestraft. Die disbalans heeft de rechtbank ertoe gebracht de strafmaat opnieuw tegen het licht te houden.
Nieuwe (voorlopige) uitgangspunten
In plaats van een strikte toepassing van de LOVS-oriëntatiepunten hanteert de rechtbank Noord-Holland sindsdien de volgende bandbreedtes, waarin de rechtbank met meer maatwerk tot matiging van gevangenisstraffen komt:
- Tot 1,5 kilo harddrugs: tot 8 maanden gevangenisstraf en/of een taakstraf
- 1,5 tot 5 kilo harddrugs: 6 tot 24 maanden gevangenisstraf
- 5 tot 20 kilo harddrugs: 20 tot 36 maanden gevangenisstraf
Deze uitgangspunten laten meer ruimte voor differentiatie, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar – vanzelfsprekend – de hoeveelheid verdovende middelen, net zoals de rol van de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan financiële problematiek, schulden, druk vanuit derden of andere kwetsbaarheden die een rol hebben gespeeld bij het plegen van het feit.
Rechtspraak in beweging
Deze nieuwe aanpak is niet alleen op papier bedacht, maar wordt inmiddels ook daadwerkelijk toegepast in de rechtszaal. In recente uitspraken legt de rechtbank zichtbaar lagere straffen op dan voorheen gebruikelijk was. Ook andere rechtbanken, zoals de rechtbank Midden-Nederland, lijken deze benadering inmiddels te volgen.
Toch is het laatste woord hierover in de rechtspraak nog niet gesproken. Op 21 april 2026 behandelde het gerechtshof Amsterdam meerdere zaken tijdens een zogenoemde themazitting. In die zaken – veelal hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Noord-Holland – koos het gerechtshof in grote lijnen voor een andere koers.
Hoewel het gerechtshof oog heeft voor de achterliggende gedachte van de nieuwe benadering, blijft het vasthouden aan de LOVS-oriëntatiepunten als uitgangspunt. Volgens het gerechtshof waarborgen deze oriëntatiepunten de rechtseenheid, rechtszekerheid en voorspelbaarheid van de strafoplegging. In een aanzienlijk aantal zaken leidde dit tot hogere straffen dan in eerste aanleg.
Tegelijkertijd benadrukt het gerechtshof dat de LOVS-oriëntatiepunten voldoende ruimte bieden om rekening te houden met strafverminderende omstandigheden. Factoren zoals de rol van de verdachte, persoonlijke problematiek, druk van derden, financiële situatie en proceshouding kunnen nog steeds leiden tot maatwerk – maar dan binnen het bestaande kader.
Daarnaast heeft het gerechtshof geoordeeld dat een eventuele aanpassing van de LOVS-oriëntatiepunten bij de landelijke Commissie Rechtseenheid thuishoort, zodat een uniforme lijn kan worden gewaarborgd.
Een juridisch spanningsveld
De huidige situatie laat zich het best omschrijven als een spanningsveld tussen maatwerk en uniformiteit. Enerzijds is er een duidelijke beweging richting meer individuele beoordeling en lagere straffen voor kwetsbare koeriers. Anderzijds is er een sterke behoefte aan landelijke consistentie.
Voor de praktijk betekent dit dat de uitkomst van een zaak minder voorspelbaar is geworden. De gekozen benadering kan verschillen per rechter én per instantie.
Waarom goede juridische bijstand essentieel is
Juist in dit speelveld kan effectieve verdediging het verschil maken. De strafmaat hangt niet langer uitsluitend af van de hoeveelheid drugs, maar in toenemende mate van het verhaal achter de verdachte.
Een zorgvuldige onderbouwing van persoonlijke omstandigheden – zoals schuldenproblematiek, sociale druk, psychische kwetsbaarheid of een beperkte rol – kan doorslaggevend zijn. Dat geldt vanaf het eerste politieverhoor tot en met een eventuele behandeling in hoger beroep.
Conclusie
De berechting van Schiphol-koeriers bevindt zich op een kantelpunt. Traditionele houvast aan de LOVS-oriëntatiepunten staat onder druk, terwijl nieuwe – meer op maat gesneden – benaderingen terrein winnen. Tegelijkertijd laat het gerechtshof zien dat de behoefte aan uniformiteit onverminderd groot is.
Voor verdachten betekent dit één ding: de uitkomst staat minder vast dan ooit. En juist daarom is een strategische, goed onderbouwde verdediging van cruciaal belang. U kunt ons altijd bellen voor advies.


