‘t Gaat om ‘t koekje, niet om ‘t trommeltje’

Uit de overzichtsarresten van de Hoge Raad die sinds ongeveer 2012 het licht hebben gezien, volgt dat de strafrechtadvocaat die succesvol verweer wil voeren zijn aandacht heeft te richten op het materiële strafrecht. Waar de strafvorderlijke overzichtsarresten vooral lijken te zijn bedoeld om te ontmoedigen (waarom zou de feitenrechter nog onrechtmatig overheidsoptreden sanctioneren?), heeft een aantal materieelrechtelijke overzichtsarresten soms zelfs met de nodige verbazing een breuk bewerkstelligd met de rechtspraak tot dan toe. Nu de nodige omvangrijke leerstukken en delicten zijn behandeld (medeplegen, voorbedachten rade, feitelijk leidinggeven, witwassen), kan worden ingezoomd op de wat kleinere, maar daarom niet minder relevante vraagstukken uit het strafrecht. Recentelijk zijn door de Hoge Raad bijvoorbeeld weer vragen beantwoord over wanneer sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij zware mishandeling (art. 302 Sr), wanneer van ‘openlijk’ bij openlijk geweld (art. 141 Sr), en wanneer van ‘een redelijke vrees’ bij bedreiging (art. 285 Sr).

mr. Patrick van der Meij

Of een gebroken kaak en een afgebroken tand als gevolg van stompen op het gezicht kan worden geschaard onder zwaar lichamelijk letsel? De Hoge Raad oordeelde dat zonder uitleg waarom sprake was van zwaar letsel het arrest niet in stand kon blijven (ECLI:NL:HR:2018:1051). Het tijdens een arrestatie schreeuwen tegen politieambtenaren “dat hun namen worden doorgegeven aan de criminele onderwereld” en dat “zij dan niet meer veilig zijn”, omdat “die ze dan wel komen opzoeken” was zonder nadere invulling en enkel omdat de verdachte boos en agressief was, niet genoeg (ECLI:NL:HR:2018:245). En ook bij openlijk geweld ligt de nadruk op de inhoud. Zo levert een vechtpartij op een besloten feest geen openlijke geweldpleging op, omdat het gerechtshof uitlegde waarom niet (ECLI:NL:HR:2018:1008), en zo leidt een knokpartij in de schoolkantine tot cassatie omdat het gerechtshof nalaat te motiveren waarom die aula op het moment van de knokpartij openlijk toegankelijk was (ECLI:NL:HR:2018:20). Niet alles is vanzelfsprekend en kan zomaar worden bewezen in een vonnis, uitleg door de rechter en focus op de inhoud is onontbeerlijk. En dat brengt me bij een mooi adagium van mijn leermeester: ‘t gaat niet om ’t trommeltje, maar om ‘t koekje.

 

Patrick van der Meij is strafrechtadvocaat en partner bij ons kantoor. Hij schreef deze column voor de rubriek Snelrecht voor het tijdschrift Mr.

‹ Terug naar overzicht
Cookie settings
Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.
Cookie Policy
Cookie Settings
Accepteer Cookies
Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken
Cookie Policy
Cookie Settings
Accepteer Cookies