Vrijspraak ontvoering in Spanbroek | Cleerdin & Hamer Advocaten

Wraking toegewezen in strafzaak PEARCE: schijn van vooringenomenheid bevestigd

30 april 2026

De wrakingskamer van de rechtbank Overijssel heeft het wrakingsverzoek van de verdediging in de omvangrijke strafzaak PEARCE gegrond verklaard. Daarmee is vastgesteld dat de vrees voor vooringenomenheid bij twee van de drie rechters objectief gerechtvaardigd was.

De beslissing moet worden bezien tegen de achtergrond van een eerdere veroordeling door de rechtbank Overijssel. Op 27 januari 2026 veroordeelde die rechtbank een 42-jarige man uit Eritrea (en medeverdachte van cliënt) tot een gevangenisstraf van twintig jaar wegens het leidinggeven aan een criminele organisatie, mensensmokkel en afpersing, gepleegd met anderen. Volgens de rechtbank stond deze man jarenlang aan het hoofd van een organisatie die migranten tegen betaling hielp om via de Middellandse Zee Europa te bereiken. De slachtoffers verbleven voorafgaand aan de smokkel in kampen en loodsen, onder meer in Bani Walid (Libië), waar sprake zou zijn geweest van ernstige mishandeling en onveilige omstandigheden. Het hoger beroep in die zaak is nog aanhangig.

Twee van de drie rechters die betrokken waren bij deze eerdere veroordeling, waren eveneens aangewezen om zitting te nemen in de strafzaak tegen de cliënt van advocaten Robert Malewicz en Sophie Hof. Deze cliënt wordt in een afzonderlijke strafzaak eveneens verdacht van (onder meer) mensensmokkel en daaraan verwante feiten, die in samenhang staan met de feiten die in de eerdere zaak aan de orde waren.

In dat kader heeft de wrakingskamer geoordeeld dat in het eerdere vonnis reeds overwegingen zijn opgenomen die raken aan de mogelijke betrokkenheid van client bij (delen van) de ten laste gelegde feiten. Volgens de wrakingskamer is daarmee de schijn ontstaan dat de rechters niet meer volledig onbevangen over de zaak van de cliënt kunnen oordelen. Dat levert een uitzonderlijke omstandigheid op die raakt aan het fundamentele recht op een onpartijdige rechter en een eerlijk proces.

Advocaten Robert Malewicz en Sophie Hof reageren:
“De beslissing bevestigt hoe essentieel het is dat geen enkele twijfel kan bestaan over de onafhankelijkheid van de rechter. Wanneer in een eerdere zaak al overwegingen worden gegeven die raken aan de rol van onze cliënt, komt die onpartijdigheid in het gedrang. De wrakingskamer heeft dat in haar beslissing terecht onderkend.”

De gegrondverklaring van de wraking betekent dat de betreffende rechters geen deel meer uitmaken van de behandelende kamer. De strafzaak tegen de cliënt zal op een later moment worden voortgezet voor een nieuwe, volledig onafhankelijke samenstelling van de rechtbank.

Recente berichten

Strafrecht

Familierecht

Civiel recht

Bestuursrecht