Je was erbij dus je bent erbij?

Door: Robert Malewicz

Als meerdere verdachten betrokken zijn bij een strafbaar feit, zal in de strafzaak moeten worden bekeken of de rol die de individuele verdachten hebben gehad voldoende is om te spreken van medeplegen. Voor medeplegen is vereist dat de verdachten nauw en bewust hebben samengewerkt. Dat betekent dat, wil je voor medeplegen van een strafbaar feit kunnen worden veroordeeld, je bijdrage aan het feit groot genoeg moet zijn geweest. Of zoals de Hoge Raad het onlangs nog formuleerde: van medeplegen is slechts sprake als de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Daar komt nog bij dat als een verdachte tijdens het plegen van het feit afwezig was, die afwezigheid met een belangrijke bijdrage vooraf en achteraf gecompenseerd kan worden.

Eenzijdig ongeval met letselschade | Cleerdin & Hamer advocaten

Ook kleine bijdrage medeplegen in het strafrecht

Maar een te kleine bijdrage aan de samenwerking is onvoldoende om te spreken van medeplegen. Dan ligt medeplichtigheid meer voor de hand. Op medeplichtigheid aan een strafbaar feit staan lagere straffen. In deze Blog wil ik inzoomen op de gevallen waarbij verdachten wel aanwezig zijn bij het strafbare feit, maar dat het nog maar de vraag is welke rol ze daarbij precies hebben gespeeld. En of die rol dan wel zo groot is dat we van medeplegen kunnen spreken. In veel dossiers is namelijk niet altijd even duidelijk wie wat precies heeft gedaan. En daar liggen mogelijkheden voor de verdediging.

Zaak 1: een inbraak in Friesland

De eerste zaak die ik kort wil bespreken gaat over de vraag of een inzittende van een auto wel als medepleger bij een inbraak kon worden aangemerkt. Wat was er gebeurd? Verbalisanten troffen in de kofferbak van een auto, waar vier mannen in zaten, een breekijzer en een hoeslaken aan. Vervolgens vonden zij een schroevendraaier, los geld, rolletjes muntgeld en een plastic doosje met daarin nog meer muntgeld en twee laptops. De buit kwam overeen met de gestolen goederen waarvan aangifte was gedaan. De verdachte waar het in deze zaak om ging verklaarde dat de vier inzittenden van de auto vanuit Den Haag naar Leeuwarden waren gereden voor een feest. Hij wist niet wat er in de kofferbak lag. Hij beriep zich verder op zijn zwijgrecht. De rechtbank en het gerechtshof veroordeelden de man. Ze geloofden hem niet. Dat niet precies kon worden vastgesteld wat deze verdachte had gedaan, maakte in dit geval niet uit, aldus de rechters. De verdachte was samen met drie anderen vanuit Den Haag naar Friesland gereden om daar inbraken te plegen. Dat de wegnemingshandelingen mogelijk door drie van de vier personen waren begaan, maakte dat niet anders. Na de gepleegde inbraken was de verdachte ook weer samen met zijn medeverdachten in de auto, met daarin de buit, teruggereden naar Den Haag.

Medeplegen in het strafrecht

De Hoge Raad, die de zaak daarna moest beoordelen was het met het oordeel van het gerechtshof eens. Daarbij speelde ook het feit dat de verdachte geen verklaring had afgelegd een negatieve rol. De Hoge Raad overwoog daarbij: “In een geval als het onderhavige kan met betrekking tot de toedracht van de diefstal wel worden vastgesteld dat deze door “verenigde personen” is begaan, maar kan niet direct worden vastgesteld door wie precies. Indien in een dergelijk geval de verdachte zelf kort na de diefstal wordt aangetroffen in omstandigheden die op betrokkenheid bij het strafbare feit duiden, kan sprake zijn van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijk verklaring van de verdachte van belang is voor de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde medeplegen kan worden bewezen.”

Samen met drie medeverdachten in auto

Het feit dat de verdachte dus niet wilde uitleggen hoe het nou kon dat hij samen met drie medeverdachten in de auto vanuit Den Haag naar Friesland was gereden. Dat alle verdachten steeds in elkaars gezelschap verkeerden en dat de verdachte na de gepleegde inbraken tezamen met de drie medeverdachten in de auto, met daarin de buit van beide inbraken en inbrekerswerktuig dat bij één van de inbraken was gebruikt, was teruggereden naar Den Haag, werd tegen deze verdachte gebruikt om uiteindelijk het medeplegen bewezen te verklaren.

Zwijgrecht verdachte

Dat wil niet zeggen dat zwijgen altijd maar zo tegen een verdachte gebruikt kan worden. Ook niet als aan de zaak een niet al te frisse geur zit. Het zwijgrecht is immers een belangrijk recht voor een verdachte, dat is gekoppeld aan het recht om jezelf niet te hoeven belasten. En het is nog altijd het Openbaar Ministerie dat moet bewijzen dat een verdachte van medeplegen echt een voldoende bijdrage heeft geleverd aan het strafbare feit.

Zaak 2: medeplegen van oplichting?

In zaak 2 waarin het ging om een verdenking van medeplegen van oplichting door met speciaal aangemaakte emailadressen en ID-bewijzen van derden geluidsapparatuur en DJ-apparatuur te huren zonder deze te retourneren. De verdachte die de auto had gereden, waarmee de apparatuur werd opgehaald, gaf ook geen uitleg over zijn betrokkenheid. Het gerechtshof nam dit de verdachte kwalijk en veroordeelde hem voor het medeplegen van de oplichting.

De Hoge Raad was het in dit geval niet eens met het hof en haalde een streep door de veroordeling. De rol van de verdachte was in dit geval niet voldoende om aan te nemen dat hij een zodanige intellectuele en/of materiële bijdrage had geleverd aan de oplichting dat van medeplegen sprake kon zijn. Het zwijgen mocht het gat in de bewijsvoering niet zomaar opvullen.

Slotwoord medeplegen in het strafrecht

Bij het beoordelen of sprake kan zijn van medeplegen hangt het dus steeds af van de concrete feiten en omstandigheden. Het is verstandig om in een vroeg stadium met een advocaat het dossier op dit punt grondig te analyseren en daarbij een strategie te ontwikkelen in de verdediging. Daarbij speelt ook een rol of een verklaring moet worden afgelegd dan wel dat beter gezwegen kan worden. En welke consequenties het niet geven van een verklaring zou kunnen hebben. Wordt van mij een verklaring verwacht? En als ik toch zwijg wordt me dat dan tegengeworpen? Vragen die per geval verschillend worden beantwoord zo blijkt uit de twee zaken hierboven. Het zijn belangrijke keuzes waarbij niet meer automatisch geldt dat spreken zilver is. In het strafrecht geldt steeds meer dat zwijgen niet altijd goud meer is.

Recente berichten