Door: Glenda Raap

Wanneer hebben co-ouders recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting?

Op vrijdag 13 maart jl. heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over wanneer ouders bij een co-ouderschap recht hebben op combinatiekorting. Volgens de Hoge Raad moet het hiervoor geldende criterium soepeler worden toegepast dan tot nu toe het geval was.

Beide recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting

Co-ouders hebben beide recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting als zij de zorg voor kinderen gelijk verdelen in een duurzaam ritme. Maar wat betekent dat nu in de praktijk? Aan dit criterium wordt volgens de Hoge Raad voldaan als een kind behoort tot het huishouden van een van de ouders en het kind doorgaans ten minste 3 tot 3,5 dag per week verblijft in het huishouden van de andere ouder, maar dit kan ook volgens een ander duurzaam ritme zijn. Veel co-ouders verdelen de zorg voor hun kinderen immers via een tweewekelijks rooster, zoals week om week regeling of een andere verdeling waarbij de zorg gelijkelijk wordt verdeeld.

Op vrijdag 13 maart jl. heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over wanneer ouders bij een co-ouderschap recht hebben op combinatiekorting. | Cleerdin & Hamer advocaten

Hiermee haalt de Hoge Raad een streep door een eerdere beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 maart 2019, waarin werd geoordeeld dat een zorgregeling waarbij een kind de ene week 2,5 dag en de andere week 4,5 dag bij beide ouders verbleef niet aan de voorwaarde voldeed van een duurzaam ritme voldeed.

Co-ouderschapregeling

Kortom, als je een co-ouderschapregeling hebt waarbij  jullie kind(eren) jonger zijn dan 12 jaar en de zorg gelijkelijk wordt verdeeld in een duurzaam ritme, dan kun je beide aanspraak maken op inkomensafhankelijke combinatiekorting en wordt op de regel dat het kind op jouw adres moet staan ingeschreven een uitzondering gemaakt.

Recente berichten