
Uitspraak Raad van State over de Gülenbeweging
2 april 2026
Door: Sjoerd Thelosen
De uitspraak
Op 25 maart 2025 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan die van groot belang is voor veel asielzoekers in Nederland, namelijk voor de aanhangers van de beweging van Fethullah Gülen (Zie ook de uitspraak, voor een verdere omschrijving van deze beweging), en de personen die daarvan worden beticht. De Raad van State heeft geoordeeld dat een beleidswijziging en aanscherping die in december 2023 is doorgevoerd rechtmatig is. Ruim twee jaar was daar dus onzekerheid over.
De aanleiding
Op 15 juli 2016 vond een mislukte militaire coup plaats in Turkije. Direct kreeg de Gülenbeweging hier de schuld van, zonder enig kenbaar onafhankelijk onderzoek. Enige tijd eerder was de beweging al in onmin geraakt bij de regerende partij. Duizenden ambtenaren van het leger, politie, justitie en uit het onderwijs die werden beschuldigd van banden met de beweging werden ontslagen en strafrechtelijk vervolgd. Alle instellingen van de beweging werden gesloten. Gewone burgers met (gestelde) banden met de beweging werden ook strafrechtelijk vervolgd.
De aanklacht was “lidmaatschap van een terroristische organisatie”. Wie schuldig werd bevonden werd doorgaans veroordeeld tot een gevangenisstraf van vele jaren, die ook daadwerkelijk ten uitvoer werd gelegd. En voor een schuldverklaring was niet veel nodig – het was voldoende als iemand bijvoorbeeld een abonnement had gehad op een bepaalde krant of een bepaald tijdschrift, een bepaalde bankrekening had gehad, een bepaalde app had gebruikt, of als deze dingen enkel werden beweerd. Bewijs voor deelname aan daadwerkelijk terrorisme werd verder niet nodig geacht. Gesteldeinteresse in of betrokkenheid bij de Gülen beweging, actueel of lang geleden, was voldoende voor een veroordeling.
Het oude beleid
Toen de reactie van de Turkse staat op de mislukte coup duidelijk werd, gold er in Nederland aanvankelijk een besluitmoratorium voor deze groep: besluiten werden aangehouden en de situatie werd aangezien. Maar er veranderde niets ten goede. Dus ging de IND toch besluiten nemen, waarbij in eerste instantie niet werd erkend dat alle (toegedicht) Gülenaanhangers gevaar liepen. De IND werd daarin bij een uitspraak van 13 februari 2019 nog teruggefloten door de Raad van State. Nader onderzoek was nodig.
Daarop werd het beleid ingevoerd waarin (toegedicht) Gülenaanhangers werden aangemerkt als een zogenaamde risicogroep, met de toevoeging dat vanwege de heersende willekeur in Turkije er al snel asiel moet worden verleend aan leden van deze groep. In de praktijk betekende dit dat alle asielzoekers uit deze groep een verblijfsvergunning kregen.
Het nieuwe beleid
In december 2023 werd het beleid gewijzigd, omdat de willekeur zou zijn afgenomen volgens de Nederlandse regering. De vervolgingen zoals hiervoor omschreven gingen weliswaar door, maar in absolute aantallen was het minder geworden. Ook kon op een paar uitspraken worden gewezen van de hoogste Turkse rechters, die wat kritischer keken naar de bewijsvoering, en niet langer iedereen die werd aangeklaagd zomaar zouden veroordelen.
De Raad van State heeft in de uitspraak van 25 maart geoordeeld dat de minister dit kon doen. Daarbij wordt de toelichting van de minister gevolgd. Niet langer alle (toegedichte) Gülenaanhangers verdienen bescherming, maar enkel zij die zich kunnen onderscheiden van de grotere groep, de mensen dus die concrete vrees hebben voor vervolging. In de beslispraktijk van de IND nemen wij waar dat dit feitelijk betekent dat vrijwel enkel nog asielzoekers die bewijs hebben van een actieve vervolging tegen hen, in aanmerking komen. Asielzoekers die met hun profiel een groot risico lopen op vervolging maar dergelijk bewijs niet hebben, vallen niet onder dit beleid.
De uitspraak in het licht van het internationaal asielrecht
De uitspraak van de Raad van State valt te begrijpen tegen de achtergrond van de wens om de groep die recht heeft op een vluchtelingenstatus beperkt te houden. Om politiek draagvlak te houden voor de asielprocedure moet het niet te makkelijk zijn om asiel te krijgen. De groep (toegedicht) Gülenaanhangers is groot, het gaat om miljoenen mensen. Miljoenen zijn ook al tenminste strafrechtelijk onderzocht in Turkije.
Dit schuurt evenwel met het feit dat het Vluchtelingenverdrag objectieve criteria bevat waaraan moet worden getoetst. Indien iemand voldoet aan de definitie van artikel 1(A) van het verdrag, namelijk een persoon die buiten zijn land van herkomst is en die bij terugkeer naar dat land gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege een bepaalde intrinsieke eigenschap (zoals religie, etniciteit of politieke overtuiging), dan moet hij als vluchteling worden erkend en asiel krijgen. Onafhankelijk van hoe groot de gehele groep is die hier aanspraak op kan maken.
Als de Gülenbeweging een kleine obscure groep was die op dezelfde wijze zou zijn vervolgd, dan is het aannemelijk dat het oordeel van de Raad van State anders was geweest. Het feit dat iemand strafrechtelijk kan worden veroordeeld op basis van zeer dun of geen bewijs, enkel omdat hij tot een bepaalde groep behoort, is namelijk doorgaans voldoende om van “vervolging” zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag te kunnen spreken. Voor aanhangers van de Gülenbeweging wordt dit nu dus anders gezien. Daarmee lijken de paaltjes te worden verzet voor deze groep, vermoedelijk enkel omdat de groep zo groot is.
Het opent daarmee de deur voor refoulement – het terugsturen van een persoon naar een land waar hij na aankomst zal worden vervolgd. De kans is nu aanzienlijk dat er vanwege dit beleid (toegedicht) Gülenaanhangers terug zullen worden gestuurd naar Turkije en daar vervolgens onschuldig jarenlang in de gevangenis belanden om politieke redenen, onder zeer slechte omstandigheden. Enkel omdat zij tegenover de IND niet konden bewijzen dat zij al werden vervolgd, de aantoonbaar grote kans daarop daargelaten.
Vrees voor vervolging is niet alleen “gegrond” als deze is bewezen, het is voldoende als het aannemelijk is. Onlangs nog heeft de A-G bij het Hof van Justitie van de Europese Unie daarop gewezen. Mocht het Hof dit volgen, dan zou dat alweer afdoen aan het oordeel in de uitspraak van de Raad van State.
In ieder geval heeft de Raad van State zich ook nog niet uitgelaten over de situatie van Gülenaanhangers die zich in Turkije graag openlijk willen uiten over hun levensovertuiging. Want het is ook vaste rechtspraak van het Hof van Justitie dat je mensen niet mag verbieden om hun religie of politieke overtuiging openlijk te uiten bij terugkeer, enkel om illegale vervolging te voorkomen.
Conclusie
Genoeg reden dus om deze uitspraak van de Raad van State niet als het sluitstuk te beschouwen, maar slechts als de voortzetting van een lopende discussie. Die discussie zal gevoerd moeten blijven worden zo lang (toegedicht) aanhangers in de Gülenbeweging in Nederland blijven aankloppen voor bescherming, en zo lang niet daadwerkelijk is gebleken dat de situatie in Turkije is verbeterd.


