Door: Max den Blanken

In het onderzoek naar een geruchtmakende moord uit 2015 zette de politie een futuristisch opsporingsmiddel in: er werd een microfoon geplaatst op het lichaam of de kleding van een getuige om hem af te kunnen luisteren. Hoe en op welke plek de afluisterapparatuur precies is geplaatst, houdt de politie tot op de dag van vandaag geheim. Desalniettemin keurde de rechtbank Lelystad de gebruikte methode goed.

Verschillende verdenkingen

De politie verdacht persoon A van andere strafbare feiten, maar bevroeg hem bij het politieverhoor ook over de moord op ‘Ali Motamed’.

Afluisteren verdachte | Cleerdin & Hamer advocaten

Zonder A’s medeweten plaatste de politie bij zijn vrijlating een microfoontje op zijn lichaam of kleding – hoe dit precies in zijn werk ging wordt wegens opsporingsbelangen strikt geheim gehouden. Zo kon de politie meeluisteren hoe A de arrestatie en het verhoor met anderen besprak en leek te vertellen over betrokkenheid van personen B en C bij de moord. Mede op basis van deze afgeluisterde gesprekken zijn B en C op 12 april 2019 door de rechtbank te Lelystad veroordeeld tot 20 en 25 jaar gevangenisstraf.

In de strafzaak betoogden de advocaten van B en C dat persoon A onrechtmatig werd afgeluisterd, omdat de wet geen bevoegdheid biedt voor het plakken van een microfoon op het lichaam van een persoon. De consequentie daarvan zou volgens de advocaten moeten zijn dat de afgeluisterde gesprekken onbruikbaar waren voor het bewijs.

Verdachte mag worden afgeluisterd

De rechtbank verwierp dit verweer. Uit de wet volgt dat een verdachte onder strikte voorwaarden mag worden afgeluisterd op besloten plaatsen, zoals in zijn voertuig of in zijn huis. De officier van justitie moet daar op voorhand schriftelijk toestemming voor vragen aan de onderzoeksrechter. In deze zaak heeft de rechter inderdaad toestemming verleend om persoon A de eerste vierentwintig uur na zijn vrijlating af te luisteren. In het verzoek van de officier van justitie was niet beschreven op welke wijze er afgeluisterd zou worden. Normaliter wordt afluisterapparatuur bijvoorbeeld in de auto of de woonkamer van een persoon geplaatst, in deze zaak werd dus een microfoon op de persoon zelf geplakt. De rechtbank keurde de werkwijze desondanks goed, omdat de wet geen eisen stelt aan de locatie van de geplaatste microfoon.

Plaatsen zender niet toegestaan

Dit is anders bij het plaatsen van een zendertje om de locatie van een persoon te kunnen bepalen. In de wet staat expliciet vermeld dat het verboden is een technisch hulpmiddel in het geheim op een persoon te bevestigen om hem te kunnen volgen. Toen deze regels eind jaren ’90 tot stand kwamen achtte de wetgever dit een te grote inbreuk op de privacy.

Voor het plaatsen van een geheime microfoon ontbreekt een soortgelijk verbod. Met andere woorden: volgens de wet mag een microfoontje wél, maar een zendertje níet in het geheim op het lichaam van een persoon geplaatst worden. Mogelijk heeft de wetgever dit niet verboden omdat het plaatsen van een haast onzichtbare, draadloze microfoon destijds technisch nog niet mogelijk was. De inbreuk op de privacy lijkt bij het afluisteren van een verdachte toch minstens even groot. Een maas in de wet dus. Door de goedkeuring van de rechtbank zal deze methode door de politie in de toekomst ongetwijfeld veel vaker worden toegepast.

Werkwijze afluisteren

In de afzonderlijk gevoerde strafzaak tegen de vermeende opdrachtgever van de moord stelde het openbaar ministerie dat het bekend worden van de precieze werkwijze funest zou zijn voor de toekomstige effectiviteit van deze afluistermethode. Gelet op dit “zwaarwegende opsporingsbelang” wees de rechtbank Amsterdam verzoeken betreffende aanvullende informatie over de inzet van deze methode af. De nieuwe afluistertechniek blijft voorlopig dus geheim.

De werkwijze roept een hoop vragen op. Waar liggen de grenzen van de privacy? Is dit wel in lijn met bijvoorbeeld het Europees mensenrechtenverdrag, of is er een wetswijziging nodig?

Let wel: je hoeft zelf geen verdachte te zijn om te worden afgeluisterd. U bent gewaarschuwd.

Ter aanvulling op bovenstaand artikel, dat op 23 juli 2019 in Het Parool verscheen:

Artikel 126l Sv bevat de regels met betrekking tot het afluisteren van een persoon op besloten plaatsen.

Artikel 126g Sv gaat over het plaatsen van een zender om een persoon te kunnen volgen. In het derde lid staat expliciet vermeld dat een technisch hulpmiddel niet op een persoon mag worden bevestigd om hem te kunnen observeren. Blijkens de memorie van toelichting werd dit een te grote inbreuk op de privacy geacht – dit in lijn met de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie Van Traa (punt 10.9). Ook de commissie Van Traa lijkt in het eindrapport niet stil gestaan te staan bij de (dan toekomstige) mogelijkheid van het plaatsen van zeer kleine afluisterapparatuur.

De veroordelende vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland zijn hier te lezen: ECLI:NL:RBMNE:2019:1592 en ECLI:NL:RBMNE:2019:1509.

De beslissing van de rechtbank Amsterdam met betrekking tot de onderzoekswensen in de zaak tegen de vermeende opdrachtgever is hier te lezen: ECLI:NL:RBAMS:2019:971.

De vermeende opdrachtgever is door de rechtbank inmiddels veroordeeld. In de bewijsvoering speelden de afgeluisterde gesprekken geen rol: ECLI:NL:RBAMS:2019:5135.

Recente berichten