Home » Geen lachertje dat lachgasverbod

Geen lachertje dat lachgasverbod

Door: Desiree de Jonge

Vanaf 1 januari 2023 geldt er in Nederland een lachgasverbod. Distikstofmonoxide – in de volksmond lachgas – wordt toegevoegd aan lijst II van de Opiumwet. Het doel van deze strafbaarstelling is het particuliere gebruik en het aanbod van lachgas als roesmiddel te beperken. Vooral onder jongeren wordt lachgas als een onschuldig middel gezien, dat snel een korte maar sterke roes veroorzaakt. Eind 2021 werd echter al geconstateerd dat er over de afgelopen jaren een toename te zien was in het aantal verkeersongelukken waarbij vermoedelijk lachgas in het spel was. Het gebruik van lachgas en het effect daarvan op het verkeersgedrag was in die gevallen alleen moeilijk aan te tonen, er bestaat nog geen bloed- of speekseltest voor lachgas. Ook met het aantreffen van ballonen of lachgaspatronen in een voertuig is het gebruik daarvan nog niet aangetoond en het aanwezig hebben van dit middel is dus in zichzelf niet strafbaar. Daar komt nu verandering in.

Geen lachertje dat lachgasverbod | Cleerdin en Hamer

Wat wordt er nu strafbaar?

Met het aankondigen van het lachgasverbod is nog niet meteen duidelijk wat er nu precies strafbaar wordt. Dat komt doordat distikstofmonoxide wordt opgenomen in lijst II van de Opiumwet, de lijst waarin softdrugs worden vermeld. Er komen geen aparte wetsartikelen in de Opiumwet die aangeven welke handelingen ten aanzien van lachgas strafbaar zijn. De bestaande wetsartikelen in de Opiumwet die zien op andere softdrugs gaan simpelweg ook voor lachgas gelden, doordat dit middel dus wordt opgenomen in lijst II. Dat is goed om te weten, omdat de Opiumwet op die manier ineens nogal wat verschillende handelingen strafbaar stelt. Bovendien wordt er in die wet ook geregeld op welke manieren de politie onderzoek kan doen om Opiumwetfeiten op te sporen.

Artikel 3 Opiumwet

Het belangrijkste wetsartikel dat nu ook voor lachgas gaat gelden is art. 3 van de Opiumwet. Daarin wordt strafbaar gesteld:

A) het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van de middelen die op lijst II staan;
B) het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van die middelen;
C) het aanwezig hebben van die middelen;
D) het vervaardigen van die middelen.

Dit zijn in beginsel overtredingen, maar als deze gedragingen opzettelijk worden begaan zijn het misdrijven. Hoe zwaar hiervoor kan worden gestraft staat vervolgens in art. 11 Opiumwet. Overtredingen kunnen worden bestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete tot €4.500,-. Meestal wordt echter vervolgd wegens opzettelijke gedragingen en de maximumstraffen lopen dan van gevangenisstraffen van maximaal 2 jaar of een geldboete van €22.500,- tot gevangenisstraffen van 6 jaar of een geldboete van €90.000,-. Voor die hoogst mogelijke straf moet sprake zijn van het beroeps- of bedrijfsmatig handelen in strijd met art. 3 onder B van de Opiumwet. Daarvan kan ook sprake zijn zonder dat er daadwerkelijk een bedrijf is opgezet, als er bijvoorbeeld structureler, op professionelere wijze, in softdrugs wordt gedeald kan de rechter dat ‘opzettelijk handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf’ vinden en daarvoor zwaarder straffen. Ook bij het opzettelijk handelen in strijd met art. 3 A, B, C, of D Opiumwet kan die hoogste straf worden opgelegd, indien het gaat om 500 eenheden lachgas (of meer). Die hoeveelheid is geregeld in het Opiumwetbesluit.

Opiumwetgedragingen

Het voorbereiden van beroeps- of bedrijfsmatige Opiumwetgedragingen, of verrichten van die gedragingen terwijl het gaat om grote hoeveelheden, is ook strafbaar (art. 11a Opiumwet).  Tot nu toe gaat het bij dergelijke voorbereidingshandelingen eigenlijk altijd om het opzetten van hennepkwekerijen, maar de strafbaarstelling is ruimer. Het is denkbaar dat bijvoorbeeld het voorhanden hebben van voertuigen die zijn bestemd tot het vervoeren van grote hoeveelheden lachgas als strafbare voorbereiding wordt gezien.

Forse maximumstraffen voor verschillende gedragingen

Er gelden dus forse maximumstraffen voor de verschillende gedragingen. Welke straffen er in de praktijk zullen worden opgelegd bij bijvoorbeeld het aantreffen van een aantal lachgaspatronen is nog onduidelijk. Voor andere softdrugs, voornamelijk hennep, kijken strafrechters naar landelijk overeengekomen oriëntatiepunten (LOVS-oriëntatiepunten) voor bepaalde hoeveelheden. Daarbij geldt dat zowel voor het opzettelijk aanwezig hebben als voor het telen van hennep niet direct gevangenisstraffen worden opgelegd, bij niet al te grote hoeveelheden gaat het vaak om geldboetes en taakstraffen, soms in combinatie met voorwaardelijke gevangenisstraffen.

Lachgas bestemd voor technische doeleinden of als voedingsadditief

Het alleen voor eigen gebruik aanwezig hebben, of vervaardigen, vervoeren etc. van een geringe hoeveelheid lachgas zal op grond van art. 11 lid 7 Opiumwet geen misdrijf opleveren. Als overtreding kan het nog wel worden bestraft. Verder is het niet verboden de gedragingen van art. 3 Opiumwet te verrichten als het lachgas bestemd is voor technische doeleinden of als voedingsadditief. Dit wordt geregeld in het nieuwe art. 15a van het Opiumwetbesluit. Een voorbeeld van een technische toepassing kan zijn het verhogen van het motorvermogen van een raceauto bij dragracen. Voor dergelijke gevallen bestaan echter vaak vergunningsplichten, het niet hebben van zo’n vergunning is dan een aanwijzing dat het lachgas niet bestemd is voor technische doeleinden en dus wel onder de strafbaarstellingen van de Opiumwet valt.

Bevoegdheden voor opsporingsambtenaren

Naast verbodsbepalingen regelt de Opiumwet ook bevoegdheden voor opsporingsambtenaren. Door de toevoeging van lachgas op lijst II worden dus ook de bevoegdheden voor de politie verruimd. Als redelijkerwijs kan worden vermoed dat bijvoorbeeld in een auto of ander vervoermiddel lachgas wordt vervoerd, of daarin wordt bewaard, dan hebben opsporingsambtenaren toegang tot het vervoermiddel. Bij het zien van een bestuurder of bijrijder met een ballon aan de mond kan dat vermoeden er redelijkerwijs al snel zijn. Ook tot plaatsen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat er een Opiumwetfeit wordt gepleegd kan toegang worden verkregen. Er mag dan zoekend worden rondgekeken, wordt lachgas aangetroffen dan kan het in beslag worden genomen.

Lachgas voor horeca en medisch gebruik

De algemene strafbaarstelling heeft een behoorlijke tijd op zich laten wachten, dat komt doordat lachgas ook onschuldige en legale toepassingen kent die niet verboden hoeven te worden. Het meest bekende voorbeeld is het gebruik van de slagroomspuit in de horeca, maar ook voor medische doeleinden wordt lachgas ingezet. Een overzicht van dergelijke toepassingen en wat er moet worden gedaan om strafbaarheid te voorkomen (bijvoorbeeld een ontheffing aanvragen) is hier te vinden.

DEEL OP:
Recente berichten
De deur van de EBI verder open meer gedetineerden in een nog strenger regime | Cleerdin & Hamer advocatenVrijspraak voor grote drugssmokkelzaak via Schiphol | Cleerdin & Hamer Advocaten