Home » De politiehond: niet je beste vriend

De politiehond: niet je beste vriend

Door: Gerwin Wezelman

Heftige beelden van een demonstratie op het Malieveld in Den Haag gingen onlangs het internet over. Een man ligt op de grond, probeert een politiehond bij zich weg te houden en wordt intussen door twee agenten onder andere op het hoofd geslagen met een wapenstok. Ongeoorloofd politiegeweld, volgens sommigen. Amnesty Nederland riep het OM op onderzoek te doen naar ‘disproportioneel politiegeweld’. De inzet van een politiehond is een zwaar geweldsmiddel en kan tot ernstig letsel leiden. Hoe zit het met de normering en wat als je letsel of schade hebt?

De politie mag geweld inzetten. De wettelijke basis hiervoor is onder andere te vinden in de Politiewet 2012. Artikel 7 lid 1 bepaalt dat een politieambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld mag gebruiken voor de uitvoering van zijn taak, voor zover dat gerechtvaardigd is door het doel van de geweldsinzet, noodzakelijk is en dat doel niet op een andere wijze bereikt kan worden. De inzet van het geweld moet bovendien proportioneel zijn: het moet in verhouding staan tot de reden waarvoor het geweld wordt ingezet. Iemand die aan het bellen is op de fiets, mag niet worden neergeschoten om hem te kunnen beboeten. Dat is natuurlijk een extreem voorbeeld, de praktijk leert dat het vaak minder zwart-wit is.

Eén van de geweldsmiddelen is de politiehond. Het gaat hier niet om een speur- of drugshond, maar om een angst inboezemende hond die wordt gebruikt door onder andere de Mobiele Eenheid. De politiehond is als geweldsmiddel qua zwaarte ingedeeld onder het vuurwapen en boven de wapenstok en pepperspray. De gevolgen van de inzet van een politiehond kunnen heftig zijn.

De politiehond niet je beste vriend | Cleerdin & Hamer advocaten

Ambtsinstructie

Op basis van artikel 9 Politiewet 2012 is er een ambtsinstructie voor de politie vastgesteld. Deze ambtsinstructie geeft richtlijnen voor de uitoefening van het ambt, waaronder de inzet van geweld. Bijvoorbeeld voor de inzet van een vuurwapen is heel strikt genormeerd in welke gevallen en op welke wijze dit is toegestaan.

Verbazingwekkend genoeg is dat niet het geval voor de inzet van de politiehond. Artikel 15 bepaalt dat de inzet van een politiehond slechts is geoorloofd onder het directe en voortdurende toezicht van een geleider. Deze geleider moet in het bezit zijn van een geldig certificaat. Meer is er (nog) niet geregeld.

Een certificaat ontvangt een geleider als hij met zijn hond een keuring met goed gevolg aflegt. Gekeurd wordt onder andere de volgzaamheid en gehoorzaamheid van de hond aan de geleider en het vermogen om op commando geweld toe te passen en te beëindigen tegen derden.

Dat zegt verder vrijwel niets over de vraag wanneer en hoe de hond mag worden ingezet. Daarop is in het verleden forse kritiek geuit. Onder andere de Nationale Ombudsman heeft diverse keren nadrukkelijk aandacht gevraagd voor betere normering.

Nieuwe ambtsinstructie

Met de nieuwe Ambtsinstructie, specifiek de nieuwe artikelen 15a en 15b, is beoogd betere kaders te stellen over de inzet van de politiehond. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aangelijnde en onaangelijnde inzet. Aangelijnde inzet is toegestaan voor de verspreiding van samenscholingen of volksmenigten die een ernstige en onmiddellijke bedreiging voor de veiligheid van personen of zaken vormen.

Als een hond tegen een persoon wordt ingezet, moet de politieambtenaar eerst met luide en op niet mis te verstane wijze waarschuwen, tenzij de omstandigheden dat redelijkerwijs niet vergen. Personen hebben daardoor de mogelijkheid hun gedrag te wijzigen, voordat de hond wordt ingezet.

De inzet tegen een persoon mag in drie gevallen:

a) Ter aanhouding van iemand die een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken, dan wel aanstonds (meteen) ander geweld tegen personen zal gebruiken;
b) Om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken én die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
c) Om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Deze normering is heel summier. Zo is er niets vastgelegd over bijvoorbeeld de inzet in een gesloten ruimte of een vervoersmiddel. Ook is niet, zoals bijvoorbeeld bij pepperspray wel het geval is, genormeerd tegen welke personen het ingezet kan worden. Personen zichtbaar jonger dan 12 jaar of ouder dan 65 jaar of zwangere vrouwen worden zo in beginsel niet beschermd. Daarnaast is niet opgenomen dat de politiehond niet mag worden ingezet als de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar gevaar voor de rechtsorde met zich meebrengt (zoals bij vuurwapens het geval is). Ook de duur is niet verder beperkt dan de algemene beperking dat inzet alleen toegestaan is voor zover dat noodzakelijk is. Dat maakt dat het per geval kan verschillen hoe lang een hond zich vast mag bijten. Tot slot: zowel de Ambtsinstructie als de Regeling Politiehonden geven (los van de tweejaarlijkse keuring) niet aan wanneer een hond tussendoor (af)gekeurd moet worden. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als de hond niet (snel genoeg) loslaat op commando.

De lat ligt daarom niet bijzonder hoog. Vooral de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit normeren de inzet. Dat laat veel ruimte voor afwegingen in het concrete geval. Dat bevordert de afwegingsvrijheid van betrokken politieagenten, maar met het oog op wat een burger mag en kan verwachten over de inzet van een politiehond is het geen ideale situatie.

Letselschade

Een hond kan fors letsel veroorzaken. Soms kan dit zelfs tot amputatie leiden. Als blijkt dat de inzet van de politiehond niet noodzakelijk of proportioneel was, dan kan dat betekenen dat de politie aansprakelijk is voor de daaruit ontstane schade. Los van een eventuele aangifte kunt u dan een procedure starten om de (letsel)schade te verhalen.

Is er tegen u een politiehond ingezet en heeft u daardoor letsel of schade opgelopen? Neem contact op met onze letselschadespecialist: Sigriet Jongstra. Zij kan beoordelen of er in uw zaak rechtmatig is gehandeld!

DEEL OP:
Recente berichten
Recht op vrije advocaatkeuze bij een rechtsbijstandsverzekering | Cleerdin & Hamer AdvocatenHet Damoclesbeleid Sluiting van de woning door de burgemeester | Cleerdin & Hamer advocaten