De echte rekensom van de bezuinigingen

Het zijn roerige tijden voor de strafrechtspleging. Ik doel daarmee niet zozeer op de ontwikkeling dat de wetswijzigingen en beleidsvoornemens uit het Haagse over elkaar heen buitelen. Dat is namelijk al veel langer aan de gang, ook in het kader van bezuinigingen. De strafrechtspleging komt nu echt onder druk te staan, omdat bij de nu voorgenomen bezuinigingen niet langer wordt ingezet op een kostenbesparing door meer efficiëntie. De nieuwe voorstellen vallen in de categorie van ordinair snoeien, snijden en hakken. Bij het Openbaar Ministerie zou 110 miljoen euro te snijden. Alleen al uit de opleiding van de rechterlijk macht kon het kabinet 10 miljoen euro hakken. En op de advocatuur kan volgens de staatssecretaris 85 miljoen euro worden behaald door drastisch te snoeien in de gesubsidieerde rechtsbijstand. Die laatste bezuiniging zal een groot deel van de bevolking heel hard raken, omdat zij zich niet meer kunnen laten bijstaan door een advocaat.

Het is opvallend dat deze puur cijfermatige besparingen worden aangekondigd nog voordat de al eerder voorgenomen efficiëntieslag is voltooid. Er wordt zelfs voorbijgegaan aan het reële gevaar dat die eerdere efficiëntieslag uitloopt op een enorme chaos. Bovendien worden de bezuinigingen van de Haagse rekenmeesters – en dan met name die op de gesubsidieerde rechtsbijstand – op geen enkele manier doordacht op voor de hand liggende, nadelige consequenties. De bezuinigingen hebben namelijk onvermijdelijk gevolgen voor de individuele burger die recht heeft op bescherming tegen de overheid. Die bescherming is hoogst noodzakelijk op tal van leefgebieden zoals werk, wonen en gezondheid, maar ook: vrijheid. Er wordt evenmin stilgestaan bij het feit dat die bezuinigingen uiteindelijk veel meer kosten met zich brengen: langere procedures door onwetendheid van de verdachte, meer verdachten in voorarrest en mogelijk meer onterechte veroordelingen.

Op maandag 11 november 2013 wordt naar aanleiding van een initiatief vanuit de strafrechtadvocatuur gestaakt tegen de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand. De redenen om over te gaan tot staking zijn in alle denkbare media uitvoerig belicht. Er lijkt een breed draagvlak, zelfs bij Rechtbanken en bij het Openbaar Ministerie die immers zelf ook in zwaar weer verkeren. Het is alleen jammer dat het pleidooi van de stakende advocaat altijd weer wordt vertaald naar een geldkwestie, en wel zo dat het de advocaat te doen om zijn eigen uurtarief kostendekkend te houden. Het zicht op de onderliggende, fundamentele problemen raakt vertroebeld door het noemen van het uurtarief. En zelfs in de presentatie van die geldkwestie zitten storende fouten. Men doet het voorkomen alsof het uurtarief van de advocaat van 106 euro zakt naar 71 euro. Die voorstelling vertekent het beeld. De advocaat wordt namelijk niet per uur betaald, maar per forfaitair punt.

Een punt is op dit moment 106 euro waard. Voor een zaak bij de politierechter krijgt een advocaat bijvoorbeeld zes punten. In voorkomende gevallen ben ik twaalf uur met zo’n zaak bezig (reistijd en wachttijd niet meegerekend). Een bezoek op het politiebureau bij een aangehouden en in verzekering gestelde verdachte levert standaard 1,5 forfaitair punt op. De laatste twee piketzaken ‘kostten’ mij 5,8 en 4,5 uur (reistijd, telefoonkosten e.d. niet meegerekend). De mensen die vooral het uurtarief van de advocaat hekelen, kunnen het rekensommetje zelf maken, zowel voor het oude als voor het voorgestelde nieuwe forfaitaire bedrag. Het wordt onmogelijk juist in de fase waarin mensen op het politiebureau zitten en zij hun advocaat vaak het hardst nodig hebben, rechtsbijstand te verlenen. Het werk in deze piketfase is tijdrovend, maar er kunnen de belangrijkste resultaten worden geboekt, in ieders belang. Ook in de zin dat het een besparing oplevert: in de aangehaalde zaken heb ik met veel duwen en trekken voorkomen dat beide verdachten aan de rechter-commissaris zouden worden voorgeleid en onnodig lang vast zaten.

Ik weet dat ik me nu ook schuldig maak aan een voorbeeld dat lijkt te zijn ingegeven door de banaliteit van geldbedragen. Maar kijk eens naar het onderliggende probleem. De verdachten zijn van hun vrijheid beroofd, hebben geen contact met hun familie, kunnen zich niet afmelden voor hun werk, en dreigen hun baan kwijt te raken die ze misschien met veel moeite net hebben behaald. Belangrijker nog: ze kunnen zich niet verweren tegen de beschuldigingen, zelfs niet als ze besluiten een verklaring af te leggen. Want een verklaring waarmee de verdachte zijn onschuld probeert duidelijk te maken, kan een gedeeltelijke bevestiging van de aangifte inhouden, zodat de politie de verdachte juist zal willen vasthouden.

Het optreden in de piketfase is van levensbelang voor de betrokken verdachten, maar ook in het kader van ‘controle’. Het strafprocesrecht is van oudsher ingericht als een zorgvuldig systeem van checks and balances, dat steeds verder wordt uitgekleed als een advocaat niet meer in de gelegenheid is die controlerende rol al in de vroegste fase van de opsporing te spelen. Dat staatssecretaris Teeven dol is op ‘controle’ heeft de advocatuur inmiddels aan den lijve ondervonden, in die zin dat hem er vooral veel aan gelegen is de advocatuur te controleren. De staatssecretaris is echter minder geïnteresseerd in de andere kant van de controlemedaille, namelijk de controle op de overheid, in het bijzonder op de politie en het Openbaar Ministerie.

Dat wringt omdat in de maand oktober schrijnend aan het licht is gekomen dat die controle geen overbodige luxe is. U heeft wellicht vernomen dat vanuit de Haagse Schilderwijk een serieuze aanklacht tegen de politie is geuit: bovenmatig geweld, intimidatie en racisme. Ook de politie te Amsterdam blijkt zich schuldig te maken aan ‘onbewuste discriminatie’. Ongeacht wat van de aanklachten klopt, zijn deze serieus genoeg om te onderzoeken. Bovendien lijkt het me dat zonder tussenkomst van de advocaat een dergelijke aanklacht nooit het licht zou hebben gezien of serieus zou zijn genomen. Dit terwijl het gaat om eventuele misstanden die op den duur elke burger zouden kunnen raken. En dan heeft die burger een advocaat nodig om hem bij te staan. Zelfs de politie is bij dit soort aantijgingen afhankelijk van controle om in de toekomst het optreden te kunnen legitimeren: als de verdenking niet klopt, moet die zo snel mogelijk van tafel.

De Nederlandse samenleving is in een tijd aanbeland waarin de plannen vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie zijn ingegeven door ordehandhaving en repressie. De vrijheid van de burger staat onder druk. Politie en justitie krijgen steeds meer armslag in de bestrijding van de criminaliteit en in het preventief optreden. Waar de ongecontroleerde uitoefening van vergaande bevoegdheden mogelijk is, zal het misbruik van die bevoegdheden toenemen. De staatssecretaris heeft de burger in een wurggreep, omdat die burger in de eerste plaats heeft ingestemd met hard optreden tegen ogenschijnlijke misstanden. Daarnaast heeft de staatssecretaris vrij spel omdat straks de advocatuur door de overheid wordt gecontroleerd en bovendien buiten spel is gezet door deze draconische bezuinigingsronde. En dan is er niemand meer die de overheid controleert en staat de burger er echt alleen voor. De mensen die vooral het uurtarief van de advocaat hekelen, kunnen het rekensommetje zelf maken.

 

Deze column is geschreven door mr. P.P.J. van der Meij, voor Crimescene.

‹ Terug naar overzicht
Cookie settings
Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.
Cookie Policy
Cookie Settings
Accepteer Cookies
Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken
Cookie Policy
Cookie Settings
Accepteer Cookies