Door: Maike Bouwman

Onlangs kregen drie aardappel- en uienhandelaren een bezoek van de FIOD en de Landelijke Recherche. Ondergrondse bankiers en geldkoeriers zouden tientallen miljoenen euro’s hebben afgeleverd bij Nederlandse argi-handelaren als betaling voor aardappels en uien. Hun administratie is in beslag genomen en wordt onderzocht. Daarna zullen zij als verdachte worden gehoord omdat ze – zo stelt het OM – vermoedelijk hebben meegewerkt aan het witwassen van crimineel geld en verplichtingen uit de anti-witwaswet, de Wwft, niet hebben nageleefd.

Betaling in contanten met goede reden

Volgens de handelaren was de betaling in contanten met een goede reden. In de West Afrikaanse landen waar zij aan leveren is vaak geen goedwerkend banksysteem. Het zou dus maar zo kunnen dat de handelaren zich van geen kwaad bewust waren, maar nu wel worden geconfronteerd met een strafrechtelijk onderzoek waarin zij verdachte zijn. Reden genoeg om de Wwft-verplichtingen voor handelaren onder de loep te nemen en de mogelijke gevolgen als die niet worden nageleefd.

Aardappels en witwassen Wwft verplichting handelaren | Cleerdin & Hamer

Verplichtingen bij contante betalingen van € 10.000 of meer

Betalen met contant geld wordt steeds verder aan banden gelegd om zo witwassen te voorkomen. In de Wwft zijn verplichtingen vastgelegd die onder andere moeten voorkomen dat crimineel (contant) geld door de aankoop van goederen in het financieel verkeer terecht komt. Deze verplichtingen gelden uiteraard niet alleen voor de agri-handelaren. Alle handelaren ongeacht het product dat ze verhandelen vallen onder de Wwft verplichtingen wanneer sprake is van een beroeps- of bedrijfsmatige koop of verkoop van goederen met een contante betaling van € 10.000 of meer. Het voornemen is om dit terug te brengen naar een bedrag van € 3.000.

Cliëntenonderzoek

Een van de belangrijkste verplichtingen is het verrichten van cliëntenonderzoek wanneer sprake is van een contante betaling van € 10.000 of meer. Dit bestaat uit het identificeren van de cliënt en het verifiëren van diens identiteit. Het onderzoek moet tevens worden vastgelegd, zodat vast ligt dat en op welke wijze het onderzoek is verricht. Dat klinkt simpel, en dat is het ook als de cliënt een natuurlijk persoon is die handelt voor eigen rekeningen en risico. Het controleren van de foto op het paspoort met de persoon die de betaling wil verrichten is dan in beginsel voldoende. Het wordt lastiger wanneer de cliënt zich laat vertegenwoordigen. Dan dient ook de identiteit van de vertegenwoordiger geverifieerd te worden en moet worden nagegaan of deze persoon vertegenwoordigingsbevoegd is. Als de cliënt geen natuurlijk persoon is, is de handelaar ook verplicht vast te stellen wie de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt is (de UBO).

Ingewikkelde vennootschapsstructuren

Zeker wanneer sprake is van ingewikkelde vennootschapsstructuren is dat niet eenvoudig. In 2020 zal in Nederland een UBO-register te raadplegen zijn als gevolg van Europese regels. Hiermee wordt het controleren van de UBO van Nederlandse bedrijven in ieder geval vergemakkelijkt. Bij het cliëntenonderzoek wordt ook van de handelaar verwacht dat hij een risico inschatting maakt. Wanneer zich een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme voordoet, moet een verscherpt cliëntenonderzoek worden uitgevoerd. Bij het oordeel over het risicoprofiel van de cliënt spelen in ieder geval de activiteiten van de cliënt een rol en het land van herkomst. Wanneer de identiteit van de cliënt niet naar behoren kan worden vastgesteld en geverifieerd, mag de transactie geen doorgang vinden.

Meldplicht

Naast het verrichten van cliëntenonderzoek kan bij een contante betaling van € 10.000 of meer de handelaar een meldplicht hebben. Dit is het geval wanneer het cliëntenonderzoek niet tot het gewenste resultaat leidt of er andere omstandigheden zijn waardoor bij de handelaar een vermoeden van witwassen of het financieren van terrorisme ontstaat.

Daarnaast geldt de meldplicht wanneer de cliënt afkomstig uit een land met een hoog risicoprofiel dat door de Europese Commissie is aangewezen als zodanig is aangewezen, of sprake is van de koop of verkoop van aangewezen goederen zoals voertuigen en juwelen waarbij de contante betaling € 20.000 of meer bedraagt. De melding kan worden gedaan bij de Nederlandse Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU).

Strafrechtelijke gevolgen overtreding Wwft

De uien- en aardappelhandelaren zouden (onder andere) deze verplichtingen niet hebben nageleefd. Wanneer hiervoor voldoende bewijs is en de zaak wordt voorgelegd aan een rechtbank kan een maximumstraf worden opgelegd van twee jaar gevangenisstraf, een taakstraf of een geldboete van  € 20.750. Als de verdachte een rechtspersoon is kan een boete van maximaal € 83.000 worden opgelegd. Wanneer wordt aangenomen dat is meegewerkt aan witwassen liggen de maximumstraffen aanzienlijk hoger. Dit is met name het geval als kan worden vastgesteld dat de handelaar wist dat de contante gelden die hij ontving van misdrijf afkomstig waren. In dat geval zou de maximum straf een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of een geldboete van € 83.000 zijn, dan wel 10% van de jaaromzet als het een rechtspersoon betreft.

Strengere handhaving Wwft

De risico’s voor handelaren zijn dus aanzienlijk als Wwft verplichtingen niet worden nageleefd. Daarnaast wordt de kans dat dit bij de autoriteiten bekend wordt en zij een onderzoek starten wordt steeds groter. De Wwft wordt steeds strenger gehandhaafd. Reden genoeg om als handelaar uw eigen Wwft beleid eens onder de loep te nemen.

Als dat vragen oplevert kunt u altijd vrijblijvend met een van onze gespecialiseerde advocaten contact opnemen. Dat geldt ook wanneer u al als verdachte bent aangemerkt.

Recente berichten