Aangehouden met lachgas? | Cleerdin & Hamer advocaten

Aangehouden met lachgas?

31 maart 2026

Lachgas: van legaal recreatief genotsmiddel tot verboden stof

Wist je dat het tot 1 januari 2023 legaal was om lachgas (distikstofmonoxide) in bezit te hebben en te gebruiken voor recreatieve doeleinden? Er waren destijds geen strafrechtelijke consequenties voor onder andere het kopen, vervoeren of zelfs verkopen van (grote) hoeveelheden lachgas.

Dat is sinds 2023 veranderd. Lachgas staat nu op lijst II van de Opiumwet, waardoor het bezit, kopen, vervoer of verhandelen strafbaar is (artikel 3 Opiumwet).

Wat betekent dit in de praktijk? Stel je voor dat iemand een (groot) aantal flessen lachgas in de auto vervoert richting een feestje. Waar dit vroeger niet strafbaar was en een waarschuwing kon opleveren, kan dit nu leiden tot strafrechtelijke vervolging, met mogelijke boetes of zelfs een gevangenisstraf. Hetzelfde geldt voor verkoop of het beschikbaar stellen van lachgas aan anderen.

Kortom: wat ooit onschuldig leek, is nu – naast de eventuele gezondheidsrisico’s – serieus strafbaar. Voor wie denkt dat lachgas “ongevaarlijk” is, geldt: ken de wet en wees voorzichtig, want de juridische gevolgen zijn flink veranderd.

Onderscheid legaal-illegaal

Allereerst is het van belang dat de wet een onderscheid maakt tussen het voorhanden hebben en gebruiken van lachgas als (illegaal) recreatief roesmiddel en hier op legale wijze gebruik van maken voor bijvoorbeeld medische/technische doeleinden of voor de voedingsmiddelenindustrie. Voor laatstgenoemde categorie is overigens een opiumontheffing of vergunning noodzakelijk.

Wat gebeurt er als de politie iemand met lachgas ziet?

Wordt iemand staande gehouden met lachgas – bijvoorbeeld patronen of tanks in de auto – dan kan de politie zich toegang tot het voertuig verschaffen om de situatie te onderzoeken. Bij aantreffen van lachgas heeft de politie bovendien de bevoegdheid om het lachgas in beslag te nemen.

Naast het opstellen van een proces-verbaal kan de politie ook overgaan tot aanhouding van de verdachte. Vervolgens beslist de officier van justitie namens het Openbaar Ministerie of de verdachte daadwerkelijk wordt vervolgd.

Het Openbaar Ministerie hanteert hiervoor een richtlijn voor het (mede)plegen van bezit of vervoer van lachgas, die rekening houdt met factoren zoals de hoeveelheid lachgas en of iemand een first offender is. Deze ‘Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs’ vormt meestal de basis voor de strafeis tijdens de zitting, mocht tot vervolging worden overgegaan.

Kortom: het bezit of vervoer van lachgas kan niet alleen leiden tot inbeslagname, maar ook tot aanhouding en strafrechtelijke vervolging, waarbij de omstandigheden van het geval doorslaggevend zijn.

First offender 1x recidive
1 cilinder van 0,5-2 kilogram 750 euro geldboete Binnen 5 jaar) 80 uur taakstraf

Binnen 2 jaar) idem of 5 weken gevangenisstraf

2-20 kilogram 80 uur taakstraf Binnen 5 jaar) 120 uur taakstraf

Binnen 2 jaar) idem of 2 maanden gevangenisstraf

21-30 kilogram 100 uur taakstraf Binnen 5 jaar) 150 uur taakstraf

Binnen 2 jaar) idem of 10 weken gevangenisstraf

31-40 kilogram 120 uur taakstraf Binnen 5 jaar) 180 uur taakstraf

Binnen 2 jaar) idem of 3 maanden gevangenisstraf

Vanaf 40 kilogram Vanaf 160 uur taakstraf en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf Binnen 5 jaar) 240 uur taakstraf en 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf

Binnen 2 jaar) idem of 4 maanden gevangenisstraf

In aanvulling op deze richtlijn wordt opgemerkt dat het Openbaar Ministerie rekening kan houden met meerdere strafverzwarende omstandigheden.  Enkele voorbeelden hiervan zijn recidive, een grote hoeveelheid lachgas, het dealen in lachgas of beroeps- of bedrijfsmatige handel (artikel 11 lid 3 Opiumwet). Laatstgenoemde omstandigheid is bijvoorbeeld aan de orde als er sprake is van een zekere professionaliteit. Gelet op de feiten en omstandigheden van het geval is het daarnaast mogelijk dat het Openbaar Ministerie de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan vorderen (zie hiervoor bijvoorbeeld de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland d.d. 24 december 2025  ECLI:NL:RBMNE:2025:7001).

Het oordeel van de rechter

Wegens de strafbaarstelling sinds 2023 bestaat er nog geen grote hoeveelheid rechtspraak voor het aanwezig hebben en vervoeren van lachgas, maar worden er – met name in 2025 – steeds vaker vonnissen en arresten gewezen waarin een verdachte voor dit strafbare feit wordt veroordeeld. Dit heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld de rechtbank of het gerechtshof de nodige straftoemetingsvrijheid toekomt. Indien de rechter tot bewezenverklaring komt, kan uiteindelijk een geldboete, taakstraf en/of gevangenisstraf worden opgelegd, al dan niet (gedeeltelijk) voorwaardelijk. Dit oordeel wordt onder andere gebaseerd op een weging van de (persoonlijke) omstandigheden van het geval, de exacte hoeveelheid aangetroffen lachgas, de al dan niet aanwezige recidive en het feit of er sprake is van meerdere ten laste gelegde strafbare feiten. Met betrekking tot de hoeveelheid lachgas blijkt overigens uit artikel 11 lid 7 Opiumwet dat een geringe hoeveelheid lachgas (Lijst II) geen misdrijf oplevert, maar wel degelijk als overtreding wordt gekwalificeerd en om die reden nog steeds strafbaar is. 

Zo blijkt uit soortgelijke zaken waarbij een verdachte enkel voor overtreding van artikel 3 Opiumwet is veroordeeld, veelal dat de rechter een (forse) taakstraf heeft opgelegd, al dan niet in samenhang met een voorwaardelijke gevangenisstraf:

  • Rechtbank Gelderland, 10 oktober 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:8898)
    • Veroordeling vanwege tweemaal opzettelijk vervoeren van 330 kilogram en 648 kilogram lachgas tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 200 uur.
  • Rechtbank Oost-Brabant 5 november 2025 (ECLI:NL:RBOBR:2025:7035)
    • Veroordeling wegens het vervoeren van 648 kilogram lachgas tot een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
  • Rechtbank Midden-Nederland 23 mei 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:2613)
    • Veroordeling wegens het opzettelijk vervoeren van 504 flessen lachgas tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
  • Rechtbank Amsterdam 19 augustus 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:8787)
    • Veroordeling wegens het vervoeren van een hoeveelheid van 170 kilogram lachgas tot een taakstraf van 140 uur, waarvan 70 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 augustus 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:5341)
    • Veroordeling wegens het vervoeren van 40 flessen lachgas van in totaal 80 kilogram tot een taakstraf van 50 uur.
  • Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 juni 2024 (ECLI:NL:GHSHE:2024:1993)
    • Veroordeling wegens het opzettelijk aanwezig hebben van 20 kilogram lachgas tot een taakstraf van 40 uur.
  • Gerechtshof Amsterdam 16 oktober 2025 (ECLI:NL:GHAMS:2025:3770)
    • Veroordeling wegens het opzettelijk aanwezig hebben van 1,9 kilogram lachgas tot een taakstraf van 30 uur waarvan 15 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Doordat straffen flink kunnen verschillen en een bewezenverklaring in een dergelijke strafzaak geen gegeven is, is het van belang dat een verdachte goede juridische bijstand van een (strafrecht)advocaat krijgt. Dit geldt zowel in de fase van aanhouding waarbij iemand als verdachte door de politie wordt verhoord, net zoals de fase waarin de vervolging is aangevangen en de strafzaak door een rechter wordt behandeld. Om die reden wordt het aanbevolen om contact op te nemen met een (strafrecht)advocaat die u kan adviseren en bijstaan tijdens de gehele strafrechtelijke procedure. U kunt ons altijd bellen voor advies.

Recente berichten

Strafrecht

Familierecht

Civiel recht

Bestuursrecht