
Buitenlandse straf en langere detentie in Nederland? Gratie als noodzakelijk correctiemechanisme
13 februari 2026
Door: Sophie Hof
Laatst werd ik gebeld door een man die in België was veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Inmiddels was hij via de WETS-procedure overgebracht naar Nederland. Niet vrijwillig, maar omdat hij de Nederlandse nationaliteit heeft en volgens de autoriteiten voldoende binding met Nederland zou hebben.
Zijn vraag was eenvoudig, maar de gevolgen waren groot: naar Belgisch recht kon hij na het uitzitten van één derde van zijn straf verzoeken om zijn invrijheidstelling. In Nederland leek hij ineens jaren langer te moeten blijven zitten. Dat is geen denkbeeldig probleem.
Wanneer een Nederlander of iemand die al heel lang in Nederland woont in het buitenland is veroordeeld tot een gevangenisstraf, lijkt overbrenging naar Nederland om het restant hier uit te zitten vaak logisch. Dichter bij familie, in de eigen taal en binnen het Nederlandse systeem voelt veiliger en overzichtelijker.
Toch wordt regelmatig over het hoofd gezien dat een overdracht naar Nederland op grond van de WETS ook nadelige gevolgen kan hebben. In sommige gevallen kan iemand na overbrenging naar Nederland feitelijk langer vastzitten dan wanneer hij zijn straf in het buitenland had uitgezeten. Dat verschil zit meestal niet in de hoogte van de straf, maar in de regels over de voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). VI betekent dat iemand niet de volledige gevangenisstraf in detentie hoeft uit te zitten. Onder bepaalde voorwaarden mag het laatste deel van de straf buiten de gevangenis worden doorgebracht. Dat gebeurt niet automatisch en ook niet zonder verplichtingen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van toezicht, een meldplicht of gedragsvoorwaarden. Wie zich daar niet aan houdt, kan alsnog worden teruggeplaatst in detentie.
De regels over VI verschillen echter sterk per land. En juist dát verschil kan grote gevolgen hebben wanneer een buitenlandse straf in Nederland wordt uitgevoerd.
In Nederland is de VI gemaximeerd op twee jaar. Dat levert bij kortere straffen weinig verschil op. Maar bij langere straffen kan het effect aanzienlijk zijn. Veel andere landen kennen namelijk een (veel) ruimere regeling. In sommige staten komt iemand al na het uitzitten van één derde, de helft of twee derde van de straf in aanmerking voor voorwaardelijke vrijlating.
Een concreet voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel iemand krijgt in het buitenland een gevangenisstraf van twaalf jaar. In het land van veroordeling kan hij na één derde van de straf – dus na vier jaar – een verzoek doen tot invrijheidstelling. Zelfs als dat verzoek niet direct wordt toegewezen, ligt de feitelijke detentieduur daar vaak aanzienlijk lager dan twaalf jaar. Wordt diezelfde straf via de WETS overgedragen aan Nederland, dan gelden in beginsel de Nederlandse executieregels. Bij een straf van twaalf jaar betekent dat dat iemand in Nederland in principe tien jaar moet uitzitten. Het verschil tussen een mogelijke vrijlating na bijvoorbeeld vier tot zes jaar in het buitenland en tien jaar in Nederland kan oplopen tot meerdere jaren. Op papier blijft de straf gelijk. In werkelijkheid wordt de detentie zwaarder.
De WETS is bedoeld om samenwerking tussen landen te vergemakkelijken en om veroordeelden hun straf dichter bij huis te laten ondergaan. Het doel is niet om iemand materieel zwaarder te treffen dan de buitenlandse rechter heeft beoogd. Wanneer toepassing van het Nederlandse systeem leidt tot een duidelijke verlenging van de daadwerkelijke detentie, schuurt dat met het uitgangspunt dat overdracht geen verkapte strafverzwaring mag opleveren.
In zulke situaties kan een gratie bij de Koning die is toegespitst op de buitenlandse regels een belangrijke rol spelen. Gratie is geen middel om de inhoud van de veroordeling opnieuw ter discussie te stellen. Het kan onder meer worden gebruikt als juridisch instrument om onredelijke of disproportionele gevolgen te corrigeren. Wanneer iemand door een administratieve overdracht feitelijk jaren langer vastzit dan in het land van veroordeling het geval zou zijn geweest, kan worden betoogd dat voortzetting van de straf onder het Nederlandse regime niet langer in verhouding staat tot het oorspronkelijke strafdoel zoals de buitenlandse rechter dat voor ogen had.
In dat licht is gratie geen gunst, maar een noodzakelijk correctiemechanisme om te voorkomen dat een overplaatsing uitmondt in een materieel zwaardere straf.
Bij buitenlandse veroordelingen is het daarom essentieel om niet alleen te kijken naar de opgelegde straf, maar vooral naar de verwachte einddatum in beide landen. Wat zou de feitelijke detentieduur zijn in het land van veroordeling? Wat verandert er na toepassing van de Nederlandse regels? Gaat het om maanden verschil, of om jaren?
Dat zijn vragen die zowel voorafgaand aan overdracht als achteraf juridisch beoordeeld kunnen worden.
Internationale strafzaken zijn complex. Maar één ding is duidelijk: overdracht naar Nederland is niet automatisch gunstig, terwijl Nederlandse veroordeelden in bepaalde gevallen zonder hun instemming worden overgebracht. Een administratieve overplaatsing mag geen stille strafverzwaring worden.
Twijfelt u of een overdracht naar Nederland in uw situatie gunstig uitpakt? Of zit u al in Nederland en blijkt de detentieduur aanzienlijk langer dan in het land van veroordeling het geval zou zijn geweest?
Neem dan gerust contact op met ons kantoor en vraag naar een van de collega’s binnen onze internationale sectie. In een persoonlijk gesprek bekijken wij wat in uw specifieke situatie juridisch mogelijk is. In onze praktijk zien wij regelmatig dat verschillen in buitenlandse en Nederlandse VI-regelingen grote gevolgen hebben voor de daadwerkelijke detentieduur. In passende zaken hebben wij met een zorgvuldig onderbouwd gratieverzoek kunnen bereiken dat een onevenredige verlenging van detentie wordt gecorrigeerd.
Internationale strafzaken vragen om maatwerk. Een juiste strategie kan daarbij letterlijk soms jaren verschil maken.


