Home » Wie betaalt de rekening van de prijsstijging van bouwmaterialen?

Wie betaalt de rekening van de prijsstijging van bouwmaterialen?

Door: Hilde Nobel

Vrijwel elke aannemer heeft er tegenwoordig mee te maken: een stijging van de inkoopkosten. In 2021 zijn de grondstofprijzen en prijzen van bouwmaterialen in recordtempo gestegen. Dergelijke prijsstijgingen kunnen problemen opleveren voor aannemers die een overeenkomst hebben gesloten nog voordat de prijsstijging voorzienbaar was.

Kan een aannemer die prijsstijgingen doorberekenen?

Vaste prijs

Opdrachtgevers wensen vooraf meestal een ‘vaste prijs’ overeen te komen. Uitgangspunt bij aanneming van werk is dat de aanneemsom vast is. De wet geeft geen specifieke uitzondering bij prijsstijgingen.

Kostenverhogende omstandigheden (artikel 7:753 Burgerlijk Wetboek)

Toch kan de prijs wel degelijk worden aangepast. Een aannemer kan op basis van art. 7:753 BW vorderen dat de rechter de aanneemsom aanpast, als er sprake is van kostenverhogende omstandigheden die na het sluiten van de (aannemings)overeenkomst ontstaan of aan het licht komen en waarmee aannemer bij het bepalen van de prijs/aanneemsom geen rekening hoefde te houden.

Een prijsstijging kan in bepaalde gevallen worden gezien als een kostenverhogende omstandigheid. Een “normale prijsstijging” valt echter onder het ondernemersrisico. Dus of een prijsstijging van bouwmaterialen aanleiding is om de aanneemsom te wijzigen, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.

Wie betaalt de rekening van de prijsstijging van bouwmaterialen? | Cleerdin & Hamer

Onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 Burgerlijk Wetboek)

Soms wordt art. 7:753 BW uitgesloten in de overeenkomst. In dat geval kan de aannemer een beroep doen op art. 6:258 BW. In dit artikel is bepaald dat de rechter de overeenkomst kan wijzigen als er sprake is van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Een beroep op dit artikel zal niet snel slagen, want prijsstijgingen vallen in beginsel binnen de risicosfeer van de ondernemer, waardoor prijsstijgingen in beginsel geen onvoorziene omstandigheid opleveren. Toch heeft de rechtbank in verschillende uitspraken geoordeeld dat prijsstijgingen (bijvoorbeeld als gevolg van de coronapandemie) onvoorziene omstandigheden kunnen opleveren.

UAV 2012 en UAV-GC 2005

Vaak wordt in contracten verwezen naar algemene voorwaarden, de UAV 2012 en UAV-GC 2005.

In paragraaf 47 van de UAV 2012 is bepaald dat er pas sprake is van kostenverhogende omstandigheden als er sprake is van een aanzienlijke prijsverhoging. Over wat ‘aanzienlijk’ is wordt verschillend geoordeeld. In de rechtspraak zie je dat bijvoorbeeld een maatstaf van (minimaal) 5% over de gehele aanneemsom wordt gehanteerd gehanteerd.

Tips voor de praktijk

Maak concrete afspraken over prijsstijgingen! Voor opdrachtgevers is het raadzaam om af te spreken dat het risico van prijsstijgingen geheel bij de opdrachtnemer ligt en dat artikel 7:753 BW en paragraaf 47 UAV zijn uitgesloten. Voor aannemers geldt het tegenovergestelde en is het raadzaam om te bedingen dat de overeenkomst de aanspraken conform de wet en de UAV onverlet laat.

Wilt u advies of is er geschil? Neemt u dan gerust contact op met een van onze vastgoedadvocaten.

DEEL OP:
Recente berichten
Wettelijk indexeringspercentage alimentatie voor 2022 is 1,9% | Cleerdin & Hamer advocaten