Uitvoering Nederlandse levenslange gevangenisstraf in strijd met het EVRM

Op 9 juli heeft de Grote Kamer van het Europese Hof tot bescherming van de Rechten van de Mens (het Hof) uitspraak gedaan in de zaak die drie levenslanggestraften tegen het Verenigd Koninkrijk hadden aangespannen (Vinter e.a). De uitspraak is van direct belang voor zowel de oplegging als de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in Nederland.

Volgens de uitspraak van het Hof moet een levenslange straf verkortbaar zijn en uitzicht bieden op invrijheidstelling. De betrokken Staat moet dan ook voorzien in een hiertoe geëigende procedure (‘dedicated mechanism’). Deze procedure moet bij oplegging van de straf bestaan. Zo niet, dan is de straf vanaf het begin in strijd met het verbod van een inhumane behandeling (artikel 3 EVRM).

Het Hof stelt vast dat meeste Europese landen zich bij de tenuitvoerlegging van levenslange straffen laten leiden door het beginsel van resocialisatie. Die landen kennen een procedure tot herbeoordeling van de straf en passen die toe. Dit resocialisatiebeginsel wordt bovendien internationaal gedeeld. Dit betekent dat tijdens de tenuitvoerlegging de mogelijkheid van rehabilitatie moet worden geboden.

In Nederland kan een levenslanggestrafte net als in Engeland gratie vragen. De Minister van Veiligheid en Justitie beslist hierover. De Staatssecretaris en de Minister van Veiligheid en Justitie stellen echter dat van terugkeer in de samenleving geen sprake is tenzij gratie wordt verleend en dat een levenslange straf in beginsel levenslang moet duren. Tijdens de tenuitvoerlegging wordt volgens de bewindslieden ‘uiteraard’ niet aan resocialisatie gewerkt.

Sedert zijn oprichting in 2008 jaar vraagt het Forum humane tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf aandacht voor de onvolkomenheden van de Nederlandse gratieprocedure. Het ontwikkelde een voorstel voor de vereiste review (‘Wetsvoorstel VI voor levenslanggestraften’). Dit voorstel voorziet in een procedure die de veroordeelde de mogelijkheid biedt de noodzaak van verdere tenuitvoerlegging van de straf aan een rechter voor te leggen. Met deze procedure wordt voldaan aan de door het Hof geformuleerde voorwaarden. Het Forum, waar onder andere onze kantoorgenoot mr. T. de Bont aan deelneemt, ziet de uitspraak van het Hof daarom als een krachtige ondersteuning van het wetsvoorstel.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.forumlevenslang.nl

‹ Terug naar overzicht