Staat aansprakelijk voor gemis vakantiedagen

Door mr. Fleur Tromp

Sinds 1 januari 2012 is de vakantiewetgeving in Nederland aangepast. Onder het oude recht bouwde een langdurig zieke werknemer maar over de laatste zes maanden van zijn ziekte vakantie op. Opgebouwde dagen van daarvoor kwamen te vervallen.

In de uitspraak Schultz-Hoff van januari 2009 bepaalde het Hof van Justitie dat een dergelijk verval van de vakantieaanspraak in strijd is met Europees Recht. Daaruit volgde dat ook de Nederlandse wetgeving in strijd is met de Europese Richtlijn terzake van de vakantiewetgeving.

In Nederland zijn veel zieke mensen dus in strijd met Europees recht de dupe geworden van de foutieve Nederlandse wetgeving. Ons kantoor was van mening dat de staat daarvoor aansprakelijk is omdat feitelijk al veel langer bekend is dat elke werknemer –ongeacht zijn gezondheidstoestand- aanspraak heeft op vakantie. Dat was door het Europese Hof al in juni 2001 uitgesproken in het zg BECTU arrest .

Fleur Tromp van ons kantoor heeft vervolgens de Staat met succes aansprakelijk gesteld. Het Kantongerecht in Den Haag heeft uitgesproken dat de staat inderdaad al vanaf juni 2001 had kunnen begrijpen dat de Richtlijn zich tegen onze vakantiewetgeving verzette. Van de Staat had verwacht mogen worden dat toen al was begonnen met aanpassing van die wetgeving. Nu dat niet is gebeurd, heeft de Staat onrechtmatig gehandeld tegenover zieke werknemers die door die wetgeving van (uitbetaling van) die vakantiedagen verstoken zijn gebleven.

Werknemers die als gevolg van het oude recht derhalve vakantiedagen zijn kwijtgeraakt, kunnen de staat aansprakelijk stellen voor het gemis aan die dagen. Het loon voor de gemiste dagen is het laatstverdiende volledige loon, niet het loon tijdens de ziektedagen.

‹ Terug naar overzicht