Home » Inkomensafhankelijke combinatiekorting: Drie dagen? Drie nachten?

Inkomensafhankelijke combinatiekorting: Drie dagen? Drie nachten?

De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een heffingskorting voor de ouder van een jong kind, als deze ouder een werkende alleenstaande is of de minstverdienende van twee werkende partners.

Hoeveel bedraagt de korting?

De inkomensafhankelijke combinatiekorting bedraagt 11,45% x (arbeidsinkomen – € 5.072) bij een inkomen tussen de € 5.072 en € 30.233. Vanaf een inkomen van € 30.233 bedraagt de korting € 2.881. Er is geen extra korting voor een tweede of volgend kind.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting moet je voldoen aan twee voorwaarden:

  1. De inkomsten uit tegenwoordige arbeid zijn in 2020 hoger dan € 5.072 en/of je komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek voor ondernemers.
  2. Op jouw woonadres woont jouw kind van jonger dan twaalf (verblijfseis).

Verblijfseis

De verblijfeis houdt in dat jouw kind, dat de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt, gedurende ten minste zes maanden op jouw adres ingeschreven dient te staan als de belastingplichtige.

Op vrijdag 13 maart jl. heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over wanneer ouders bij een co-ouderschap recht hebben op combinatiekorting. | Cleerdin & Hamer advocaten

Als ouders een (grotendeels/nagenoeg) gelijke verdeling van de zorg hebben afgesproken, dan rijst de vraag: wie krijgt de inkomensafhankelijke combinatiekorting? Beide ouders kunnen aanspraak maken op de inkomensafhankelijke combinatiekorting  als het kind doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verblijft.

Deze bepaling is in de wet is opgenomen om ervoor te zorgen dat in geval van co-ouderschap (waarbij de zorg voor de kinderen gelijkelijk is verdeeld, maar de ouders niet samenwonen), tóch door beide gebruik kan worden gemaakt van de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Volgens eerdere rechtspraak is aan de verblijfseis voldaan als een kind doorgaans ten minste 3 tot 3,5 dag per week verblijft in het huishouden van de andere ouder. Dit staat er echter niet aan in de weg dat de inkomensafhankelijke combinatiekorting ook kan worden genoten door beide ouders als zij de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen in een ander ritme dan doorgaans ten minste 3 dagen per week.[1] Dat criterium is vorig jaar door de Hoge Raad iets verruimd: ook een ander duurzaam ritme (in dat geval in de ene week 4 dagen en in de andere week 2 dagen) voldoet.[2]

Drie dagen? Drie nachten?

Recent heeft de Hoge Raad de vraag beantwoord: wat is een dag?[3]

In de zaak die voorlag bij de Hoge Raad zijn de ouders gescheiden. Het kind staat ingeschreven bij de moeder.  De zorgregeling is als volgt: de dochter is in een tweewekelijks schema, in de eerste week twee dagen bij vader en dan twee dagen bij moeder en vervolgens vier dagen bij vader en zes dagen bij de moeder.

Dus de dochter is bij vader woensdag vanaf 07:30 uur tot en met donderdag 19:30 uur en op zaterdag vanaf 09:00 uur tot en met maandag 09:00 uur en in de tweede week op woensdag vanaf 07:30 uur tot en met donderdag 19:30 uur.

De vraag is of de vader in zo’n geval ook aanspraak kan maken op de inkomensafhankelijke combinatiekorting op grond van deze omgangsregeling.

Volgens Hof Den Haag telt ‘overdag’ ook als een dag, maar de Hoge Raad ziet dat anders: ‘drie gehele dagen’ is ‘3 x 24 uur’. Daar wordt in deze zaak niet aan voldaan dus vader komt niet in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Conclusie

Bij het opstellen van een ouderschapsplan is het van belang om hierbij stil te staan. Als je in aanmerking wilt komen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting dan moet jouw kind doorgaans gemiddeld 3 × 24 uur bij jou verblijven.

[1] ECLI:NL:HR:1998:AA2571

[2] ECLI:NL:HR:2020:415

[3] ECLI:NL:HR:2021:142

DEEL OP:
Recente berichten
Succesvolle procedure voorzieningenrechter | Cleerdin & Hamer advocaten