Een gearresteerde verdachte heeft recht op meer informatie dan hij krijgt

In de praktijk komt het regelmatig voor dat een verdachte wordt aangehouden en vastgezet, zonder dat hij precies weet waarvan hij verdacht wordt. De verdachte wordt het op die wijze onmogelijk gemaakt om zijn zaak met een advocaat te bespreken en zijn arrestatie aan te vechten. Deze praktijk levert vertraging op bij de politie en is bovendien in strijd met de wet. Het werkproces kan eenvoudig worden aangepast, zo betoogt strafrechtspecialist Max den Blanken.

Informatie over de verdenking

Als een verdachte door de politie wordt aangehouden zal deze in de meeste gevallen zelf wel weten waarom. Omdat hij net een blikje bier heeft gestolen of betrokken is geweest bij een vechtpartij bijvoorbeeld. Er zijn ook situaties waarbij de verdachte dit niet weet. Omdat er sprake is van een persoonsverwisseling en de verdachte geheel onschuldig is, maar zelfs schuldige verdachten weten niet altijd waarom ze worden aangehouden. Dit speelt met name bij aanhoudingen buiten heterdaad. De verdachte wordt soms pas maanden (of jaren) na een strafbaar feit aangehouden. Voor een  man met een agressieprobleem, die iedere maand wel in een ruzie terecht komt, is de mededeling dat hij is aangehouden voor een ‘vechtpartij in 2018’ onvoldoende informatie. Hij heeft in 2018 wel tien keer gevochten. Het zou best kunnen dat hij betrokken is, maar over welke vechtpartij gaat het dan?

De advocaat krijgt via een piketmelding alleen het wetsartikel te horen van het strafbare feit waarvoor zijn cliënt is aangehouden. In het geval van de vechtpartij “art. 300 Wetboek van Strafrecht” ; waarin mishandeling strafbaar is gesteld. Tijd en plaats, of enige informatie over het incident zelf worden niet vermeld. De advocaat kan de politie telefonisch om meer informatie vragen, maar ook dan wordt er regelmatig geen verdere informatie verstrekt.

Dubbel werk voor de politie en de advocaat

De advocaat bezoekt zijn cliënt om samen de strategie voor het verhoor te bepalen. Allebei weten ze niet van welke vechtpartij de cliënt verdacht wordt, dus besluiten ze geen antwoord te geven op de vragen van de politie. Eerst maar eens horen waar hij van verdacht wordt. Na een verhoor van anderhalf uur is het de verdachte eindelijk duidelijk over welke vechtpartij het gaat. Hij wil graag een verklaring afleggen. Maar niet voordat hij met zijn advocaat heeft gesproken. Er volgt opnieuw een gesprek met de advocaat en opnieuw een politieverhoor. Allemaal dubbel en tijdrovend werk. Cijfers zijn er niet, maar in de praktijk doet deze situatie zich zeer regelmatig voor. Dat moet efficiënter kunnen.

In strijd met Europese regels

Deze praktijk is niet alleen onhandig, maar ook in strijd met de rechten van de verdachte. Uit Europese regelgeving en uit uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat iedere verdachte vanaf zijn aanhouding recht heeft op informatie (a) van welk concreet feit hij verdacht wordt, (b) welk strafbaar feit dit volgens de politie op zou leveren en (c) indien bekend, tijd en plaats. Dit recht is volgens het Europees Hof van groot belang om een eerlijk proces te kunnen garanderen en de verdachte de mogelijkheid te bieden zijn aanhouding aan te vechten bij een rechter.

In de Nederland wordt hier door de politie niet aan voldaan. Alleen de juridische kwalificatie, het wetsartikel (b) wordt medegedeeld. Een aanpassing van deze praktijk is dus niet alleen van belang om dubbel werk te voorkomen, maar ook om rechten van verdachten te kunnen garanderen.

Als de vechtersbaas te horen had gekregen dat hij verdacht werd van (a) het vechten met Rick van Leusden (c) in café Ruis op 5 december 2018, (b) wat een verdenking van mishandeling (art. 300 Sr) oplevert, dan waren zijn rechten gerespecteerd en had hij al bij het eerste verhoor een verklaring afgelegd (zelfverdediging). Het is voor de politie eenvoudig om deze informatie bij de aanhouding en op het piketformulier te vermelden. Een kleine aanpassing komt de effectiviteit van het politieverhoor ten goede, en zorgt ervoor dat de rechten van de verdachte gerespecteerd worden.  Een win-win situatie. Aanpassen!

Max den Blanken

Benieuwd naar de juridische onderbouwing van deze blog? Lees dan het artikel “Vraag dat maar aan uw cliënt!” over het recht op informatie over de verdenkingdat Max over dit onderwerp schreef voor het Liber amicorum van Gerard Hamer (SDU, 2018). Daar wordt uitgebreid ingegaan op de Europese richtlijn en de uitspraken van het Europees Hof voor Rechten van de Mens waaruit het recht op informatie over de verdenking volgt. Het artikel is hier te lezen.

Persbericht | Cleerdin & Hamer advocaten
Recente berichten
Cookie settings
Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.
Cookie Policy
Cookie Settings
Accepteer Cookies
Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken
Cookie Policy
Cookie Settings
Accepteer Cookies