Persverklaring
Vandaag heeft de advocaat van Aydin C. besloten de verdediging neer te leggen.

Toelichting

De afgelopen periode is hard gewerkt aan de voorbereiding van de inhoudelijke behandeling van de zaak van C. Helaas moet ik constateren dat de tijd die mij is gegund onvoldoende is gebleken om het enorme dossier goed en helemaal te kunnen bestuderen. Ook is de tijd onvoldoende gebleken om een goed pleidooi voor te bereiden en de vorderingen benadeelde partij te beoordelen, laat staan van een reactie te voorzien.

Hoe is de afgelopen periode verlopen

Het was op 17 maart dat de vorige raadsman van C. de Rechtbank heeft medegedeeld zich aan de zaak te onttrekken. Dit was voor alle procespartijen een onaangename verrassing. Een ieder die bij deze zaak betrokken was had er hard aan gewerkt om vanaf april met de inhoudelijke behandeling te kunnen starten. Een behandeling waar naar werd uitgezien omdat het vooronderzoek al ruim 2 jaar in beslag had genomen.

In de aanloop naar de inhoudelijke behandeling zijn meerdere verzoeken om aanhouding gedaan: ter zitting op 1 april, daarna nog gemotiveerd per mail op 7 april waarbij ook een alternatieve aanpak werd voorgesteld. Tenslotte is deze week nog een verzoek tot aanhouding aan de rechtbank gericht. Alle verzoeken zijn afgewezen.

De verdediging heeft de afgelopen periode zeer veel werk verricht in dit dossier. Ik heb zittingsdagen laten waarnemen (dossier Passage en dossier mega Inktzwam), voorbereiding van zittingen uit handen gegeven, een te geven cursus door een kantoorgenoot laten geven, pleitnota`s laten voorbereiden door collega`s en veel kleinere zaken overgedragen aan collega`s. Ook is tot (soms laat) in de avond en in het weekend tijd besteed aan dit dossier.

Maar het is simpelweg niet voldoende gebleken. Dat is ook niet zo vreemd.

Allereerst is het een gigantisch dossier (ruim 21000 pagina’s, (25000 met dubbeling)). Het is ook een complex dossier.

Maar het is niet alleen het lezen van die pagina`s (dat zou overigens al 90 pagina’s per uur zijn, 8 uur per dag, 7 dagen per week, een maand lang, en dat is de tijd die mij in totaal werd gegund).

Er moest een deskundige worden geraadpleegd, nadere onderzoekswensen worden geformuleerd, vanzelfsprekend moesten de onderzoekswensen van de verdachte ook worden beoordeeld, de strategie en de wensen moesten worden besproken (cliënt kan daartoe op beperkte tijden worden bezocht) en de uitleveringsprocedure moest worden bestudeerd. Los van deze zaak speelt het feit dat het overdragen van andere werkzaamheden om de door de rechtbank gevraagde extra inspanning te kunnen leveren natuurlijk ook tijd kost.

Door de rechtbank is eerder de vraag opgeworpen of ik deze zaak dan wel had moeten aannemen. Mijn antwoord daarop is ja. En wel hierom.

Elke advocaat die eind maart in deze zaak zou zijn gestapt zou deze problemen hebben gehad. Geen enkele advocaat die in staat is om in deze complexe en omvangrijke zaak een goede verdediging te voeren kan zijn overige zaken zo uit handen laten vallen en de door uw rechtbank gevraagde inspanning leveren. Door dat te eisen ontzegde de rechtbank de verdachte feitelijk de toegang tot een advocaat.
En juist deze cliënt die door een vertrouwensbreuk op 21 maart alleen tegenover de rechtbank kwam te staan had direct een advocaat nodig. En niet een om zijn hand vast te houden, maar een die hem inhoudelijk goed bij zou gaan staan, ook in zijn strijd met de rechtbank (en met name de organisatie daarachter), de officieren van justitie en de advocaten van de benadeelde partijen om de inhoudelijke behandeling uit te stellen en alsnog een verdediging te voeren die practical and effective zou zijn. Vooral in die eerste fase van mijn aantreden was dat van belang nu alle andere procespartijen hun eigen belang bij het voortzetten van de inhoudelijke behandeling wilden laten prevaleren.

Maar het is mijn taak om het belang van deze verdachte te dienen en in deze kwestie ook te waarborgen. Het belang van een verdediging die practical and effective is.

Hoe nu verder

Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik onvoldoende tijd en gelegenheid heb gehad om een goede verdediging te kunnen voorbereiden. Dat is op meerdere momenten ook steeds gemotiveerd aangegeven aan de rechtbank en alle andere procespartijen. Daarbij staat voorop dat ik als advocaat primair tot taak heb mijn cliënt optimaal te verdedigen en zijn belangen goed te behartigen. Dat gaat op deze wijze niet. En voor een verdediging die ver onder de maat zal zijn, kan en wil ik geen verantwoordelijkheid nemen.

Het is een stap die ik niet makkelijk zet. Bij mijn keuze heb ik ook de volgende omstandigheden betrokken:

  • Dat het zo mag zijn dat de behandeling van de zaak inmiddels twee jaar in beslag neemt, maar dat dit niet aan cliënt te wijten is. Er doet zich niet de situatie voor dat door de verdediging een veelheid aan onderzoekswensen is gedaan waardoor de behandeling van de zaak werd vertraagd. Ook zijn niet herhaaldelijk aanhoudingsverzoeken gedaan van de zijde van de verdediging. De processen-verbaal van voorgaande zittingen geven steeds aan dat het onderzoek vanuit de zijde van het OM nog in volle gang was, de onderzoekswensen van de verdediging hebben plaatsgevonden in de “wachttijd” die nodig was voor de rechtbank om de zitting inhoudelijk te kunnen plannen. Kortom de lange duur van het vooronderzoek is niet aan de verdachte te wijten.
  • dat cliënt zich genoodzaakt zag om kort voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van advocaat te wisselen, kan hem evenmin worden aangerekend. Dat is het gevolg van een niet aan cliënt te wijten vertrouwensbreuk met zijn vorige raadsman.
  • Er is geen sprake van een cliënt die al heel vaak van advocaat is gewisseld waardoor de indruk zou kunnen ontstaan dat hij de zaak wil traineren. Daarbij is het goed dat ook cliënt hecht aan duidelijkheid in deze zaak en spoedig wil weten waar hij aan toe is. De suggestie dat de verdachte de zaak probeer te traineren is niet juist. Hij blijft bovendien vastzitten en de zaak uitstellen levert hem in die zin ook helemaal niets op.
  • Wij hebben gevraagd om kort na de zomer inhoudelijk te behandelen, een kort extra uitstel. Het is de overbelastte organisatie van de rechtbank die niet kan plannen dat direct na de zomer inhoudelijk kan worden behandeld. Alleen daarom komen we zo ver in het jaar (november 2016, januari 2017) dat aanhouden onwenselijk zou zijn. Die inflexibele organisatie met groot gebrek aan capaciteit (mede te danken aan alle bezuinigingen op de rechtspraak, waardoor individuele rechters zich geconfronteerd zien met de onmogelijkheid om op korte termijn voor “hun” zaak zittingsruimte te krijgen) mag niet op cliënt worden afgewenteld. Hoe kostbaar ook het verlies van zittingscapaciteit zal zijn, het is een minder hoogstaand belang dat dat van een eerlijk proces.

Conclusie

Alles overziend stelt de verdediging dat het om cliënt van effectieve rechtsbijstand te voorzien absoluut noodzakelijk is dat de behandeling van de zaak zou worden aangehouden. Nu de rechtbank de zaak toch inhoudelijk wil behandelen kan en wil ik niet de verantwoordelijkheid nemen voor een volstrekt ondermaatse verdediging. Ik leg daarom de verdediging per direct (middag van 28 april 2016) neer.

De raadsman Robert Malewicz

Recente berichten