Door: Aram Sprey

De rechercheur zei het echt, in reactie op mijn mededeling dat ik voorafgaand aan het verhoor van een cliënt inzage wilde in het dossier en daartoe een verzoek had gericht aan de officier van justitie. Voor mij als advocaat een volkomen legitiem verzoek, de rechercheur in kwestie dacht daar duidelijk anders over.

Zij vond het geven van inzage in het strafdossier voorafgaand aan het verhoor absoluut niet aan de orde. Het is helaas een veelgehoorde opvatting in de alledaagse praktijk, waarin het dossier te vaak pas wordt verstrekt nadat de verdachte is verhoord. Een praktijk die op gespannen voet staat met de wet.

Strafdossier | Cleerdin & Hamer advocaten

Recht op kennisneming

 Op grond van artikel 30 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) heeft een verdachte namelijk recht op kennisneming van de processtukken. De kennisneming wordt door de officier van justitie verleend en wordt in elk geval toegestaan vanaf het eerste verhoor na aanhouding. De toevoeging ‘in elk geval’ impliceert dat kennisneming op een eerder moment dan de aanhouding, indien de verdachte daarom verzoekt, niet (althans niet zonder meer) kan worden onthouden. Wel kan de officier van justitie, als het belang van het onderzoek dit vordert, de verdachte de kennisneming van bepaalde processtukken onthouden (artikel 30 lid 3 Sv). In dat geval dient de officier van justitie de verdachte schriftelijk mede te delen dat de hem ter inzage gegeven stukken niet volledig zijn (artikel 30 lid 4 Sv).

Recht op afschrift

 Naast het recht op kennisneming, bestaat het recht op afschrift van processtukken. Op grond van artikel 32 Sv kan de verdachte van de processtukken, waarvan hem kennisneming is toegestaan, afschrift ontvangen. Op basis van deze bepaling kan de advocaat een kopie van het dossier opvragen om dit zorgvuldig met zijn cliënt door te kunnen spreken. De officier van justitie kan bepalen dat van bepaalde stukken of gedeelten geen afschrift wordt verstrekt in het belang van onder andere de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de opsporing.

Bezwaar

Tegen het (gedeeltelijk) onthouden van stukken kan de verdachte een bezwaarschrift indienen bij de rechter-commissaris. Dit moet binnen veertien dagen nadat de verdachte is medegedeeld dat hij geen (volledige) inzage krijgt. De rechter-commissaris kan de officier van justitie vervolgens een termijn stellen waarbinnen het dossier alsnog moet worden verstrekt.

Belang bij inzage in strafdossier

 Het belang om in een vroeg stadium kennis te kunnen nemen van het strafdossier, en dus niet pas nadat het hele onderzoek is afgerond, is groot. In de eerste plaats stelt het de verdachte in staat om zich een beeld te vormen van de belastende en ontlastende informatie in het dossier. Zo kan het nuttig zijn om voorafgaand aan een verhoor kennis te nemen van een volledige getuigenverklaring, in plaats van pas in het verhoor te worden geconfronteerd met de (belastende) elementen die de recherche relevant acht. Ook is kennisneming van de stukken van belang om invloed uit te kunnen oefenen op de samenstelling van het dossier. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat relevante informatie ontbreekt – denk aan een belangrijke getuige die een alibi kan bevestigen – dan geeft dit de verdachte mogelijkheden om bij te sturen en om dat aanvullende onderzoek te verzoeken.

Strijd om processtukken in de praktijk

Het uitgangspunt van de wet is, kortom, dat de verdachte op diens verzoek wordt geïnformeerd over de inhoud van het strafdossier. Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor de verdachte die is aangehouden, maar ook voor de niet-aangehouden verdachte die een uitnodiging krijgt voor een gepland verhoor. Hoewel de officier van justitie in individuele gevallen kan beslissen om bepaalde stukken in een vroeg stadium nog niet te verstrekken, dient het onthouden van stukken voorafgaand aan het verhoor niet het uitgangspunt te zijn.

De praktijk leert echter dat het lang niet altijd eenvoudig is om dit inzagerecht te effectueren. Wanneer een verdachte bijvoorbeeld is aangehouden, vindt het verdachtenverhoor binnen enkele uren plaats. Binnen dat korte tijdsbestek moet de advocaat het dossier opvragen bij de officier van justitie (want de recherche gaat daar niet over), terwijl die het dossier op dat moment vaak zelf nog niet van de politie heeft ontvangen. Het vergt in zo’n situatie de nodige inspanning om voorafgaand aan het verhoor inzage te krijgen en soms lukt dit ook gewoon niet. Wanneer de verdachte niet is aangehouden maar een uitnodiging heeft ontvangen voor een gepland verhoor, heeft de advocaat weliswaar meer tijd om deze strijd te voeren, maar ook dan is succes helaas niet gegarandeerd.

Ter afsluiting

Indien u als verdachte wordt aangemerkt van een strafbaar feit, is het raadzaam contact te zoeken met een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Deze kan u informeren over uw rechten, het dossier voor u opvragen en u adviseren over uw proceshouding indien de stukken voorafgaand aan het (geplande) verhoor niet worden verstrekt. Neem gerust vrijblijvend contact met ons op indien wij hierin iets voor u kunnen betekenen.

Recente berichten