Rotterdam / Amsterdam, 20 augustus 2019

Het eerste moment dat in een strafproces op het vonnis van de rechtbank kan worden gereageerd is de zogenoemde appelmemorie. Daarin geeft een verdachte / de verdediging aan waarom de verdachte in hoger beroep wil gaan, welke verzoeken binnen het kader van dat hoger beroep aan het gerechtshof voorgelegd zullen worden en om welk aanvullend onderzoek zal worden gevraagd.

Wanneer het hoger beroep aanvangt kan die appelmemorie ter zitting worden toegelicht. Dat is het eerste moment dat (in het openbaar) de wensen van de verdachte en de inhoud van het dossier worden besproken. Dit vindt plaats wanneer alle stukken bij het Hof binnen zijn en het Hof deze voldoende heeft kunnen bestuderen om de verzoeken te beoordelen en de zaak inhoudelijk te gaan behandelen.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft ons laten weten dat de zitting van woensdag 21 augustus a.s. in de zaak van Willem Holleeder een zuiver pro forma karakter zal hebben en dat er geen inhoudelijke punten aan de orde zullen komen. Dat is ook gebruikelijk in deze fase. Om die reden zullen noch de heer Holleeder noch zijn verdediging bij de zitting aanwezig zijn.

Wel zullen wij gezien de toon en inhoud van het eerdere vonnis van de rechtbank en de berichtgeving rond dat vonnis en rond deze zitting het eerste deel van de appelmemorie van 19 juli jl. hieronder openbaar maken. Hierin wordt een eerste algemene en inhoudelijke reactie op het vonnis gegeven. Meer specifieke onderdelen, zoals verweren en verzoeken om nader onderzoek, zullen aan de orde komen wanneer het Hof daar gelegenheid voor geeft, naar verwachting in november en december van dit jaar.

De raadslieden,

Sander Janssen en Robert Malewicz

Sander Janssen & Robert Malewicz | Cleerdin & Hamer advocaten
Recente berichten