Gerard Hamer

Mr. Gerard Hamer 1954-2008

Op 31 december 2008 verscheen in Het Parool het volgende stuk van journalist Paul Vugts over Gerard Hamer, één van de oprichters en naamgevers van ons kantoor die op 29 december 2008 is overleden.

Uit Het Parool, 31-12-2008

Gerard Hamer: Een vriendelijke juridische scherpslijper

Het staat niet vast dat de junks in wier naam hij streed, zelf ten volle beseften dat Gerard Hamer hun rechten gloedvol tot op het hoogste niveau bevocht. De juridische scherpslijper ergerde zich mateloos aan de staat die verslaafden zonder enige vorm van proces voor langere tijd van, pakweg, de Wallen weerde.

Hamer kwam onvermoeibaar op voor de kennelijke rechtelozen en vond met zijn pleidooien tegen ‘dijkverboden’ voet aan de grond bij de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – al oordeelde die laatste instantie in 2002 dat ‘de bewegingsvrijheid’ van de junkies niet zodanig was ingeperkt dat sprake was van mensenrechtenschending.

Hamer nam het vaker op tegen Het Apparaat als dat zich arrogant opstelde, met alle macht in handen. Hij stond de ouders bij van zoons die door de politie waren doodgeschoten – waarna hun dood niet diepgravend was onderzocht. Voor de nabestaanden van de in 1998 doodgeschoten scooterdief Moravia Ramsahai stapte hij naar het Europese hof. Dat oordeelde dat Nederland de mensenrechten had geschonden door gebrekkig en ‘niet onafhankelijk’ onderzoek. De procedures na dodelijk politiegeweld werden aangepast. Naaste collega’s van de schietende agent mogen niet langer het eerste onderzoek doen.

In 2003 ging het toch weer mis nadat Driss Arbib door een agent was doodgeschoten in een eethuis aan het Mercatorplein. Hamer stelde ook nu het gebrek aan onderzoek aan de kaak. Het gerechtshof was het met hem eens dat justitie de zaak niet had mogen seponeren.

Het hof volgde Hamer ook in zijn vurige pleidooien als justitie had afgezien van strafzaken tegen politiemensen en hulpverleners onder wier verantwoordelijkheid arrestanten waren overleden in cellen. Het ging hem er overigens niet om, ambtenaren aan de schandpaal te nagelen. Hem stak de neiging van overheidsdienaren elkaar de hand boven het hoofd te houden.

Waar voorgaande opsomming van verbeten juridische gevechten de indruk kan wekken dat Hamer een verbeten type was, verdient dat beeld nuance. De raadsman nam het leven lichtvoetig. Hij gaf wat chaotisch maar vriendelijk leiding aan Nederlands grootste strafrechtkantoor; in de kruip-door-sluip-doorpanden op de hoek van de Tweede Van der Helststraat en het Van der Helstplein in De Pijp. Wie bij goed weer zijn open raam passeerde, mocht over de vensterbank naar binnen springen – waar Hamer in licht-klassieke klanken zijn dossiers doorwerkte.

Daar zaten interessante dossiers bij. Over Anja Joos, die was doodgeschopt op het Gerard Douplein, verderop in De Pijp. Rond de rellen in Beverwijk waarbij Ajaxhooligan Carlo Picornie was doodgeslagen. Rond de schietpartij in café The News in de Leidsebuurt waarbij twee Joegoslaven omkwamen en een derde gewond raakte.

Over een beweerde hitman als Jesse R., die van betrokkenheid bij tal van liquidaties is beschuldigd, liet Hamer niets los. Hij beweerde niet te snappen wat het journaille zo spannend vond aan die zware misdaad. Als hij er belang in zag, zocht hij liever media-aandacht voor zaken die er volgens hém toe deden. Zaken waarin juridische dilemma’s centraal stonden.

We herinneren ons de Surinaamse kapper Dennis N., die in zijn afrosalon aan de Albert Cuyp een lastige klant had doodgestoken met een schaar. Hamers lezing: de kapper had zichzelf en zijn klanten in paniek tegen de lastpak verdedigd met een serie stompen, waarbij hij die schaar in zijn hand niet meer in de gaten had. Om zijn verhaal te schragen, stelde Hamer voor dat zijn cliënt de situatie naspeelde met de journalist in de rol van het slachtoffer. Ineens waren we in een schijngevecht verwikkeld in het kantoor, en flitsten de vuisten van de kapper om ons heen. Zo’n zelfde tafereel speelde zich later af in de rechtszaal, nu met Hamer in de rol van lastige klant. De rechtbank was het met Hamer eens. Hier was sprake van ‘noodweerexces’: de verdachte was in zijn paniek doorgeschoten bij het verdedigen en hoefde geen straf te krijgen.

Dezelfde kapper stak in 2007 nog een klant neer met zijn schaar. Weer was het noodweer, bepleitte de confrère aan wie Hamer de zaak had overgelaten. Weer gaf de rechtbank de kapper geen straf.

Dat Hamer laatstgenoemde zaak niet zelf ter hand nam, was gevolg van zijn beslissing met name nog de cassatiezaken te doen bij de Hoge Raad, waar het per definitie om de juridische finesses gaat. Daar boekte hij onlangs succes in zijn strijd tegen een misstand bij hetzelfde Amsterdamse hof dat hem zo vaak gelijk gaf.

Maandag zakte hij in elkaar op zijn fiets. Hij werd maar 54 jaar. (PAUL VUGTS)

Publicaties Gerard Hamer