In de kern komt witwassen neer op het verbergen of verhullen van de strafbare herkomst van een voorwerp. In de meeste gevallen gaat het om het witwassen van geld verkregen uit illegale activiteiten als subsidiefraude, vastgoedfraude, btw-fraude, zorgfraude of andersoortige vermogensdelicten.

Voor een veroordeling in een eventuele strafzaak hoeft niet te worden bewezen uit welk concreet strafbaar feit het geld of goed afkomstig is. Voldoende is dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is. Als iemand bijvoorbeeld onvoldoende inkomsten heeft om zijn vermogen te verklaren, kan dit al voldoende bewijs zijn voor een uit misdrijf afkomstig voorwerp. Indien zo een geval zich voordoet, mag van de betrokkene worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het aangetroffen geld of goederen. Deze verklaring dient concreet te zijn, in enige mate verifieerbaar, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Bij de beoordeling van de verklaring kan van belang zijn of de betrokkene van meet af aan tegenwicht aan de verdenking van witwassen heeft geboden of dat hij  pas in een later stadium van het strafrechtelijk onderzoek is gaan verklaren. Zodra de verklaring over de herkomst daartoe aanleiding geeft, is het aan het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die alternatieve herkomst van het  geld of goed. Bij de uiteindelijke beoordeling door de rechter gaat het erom of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag of het goed waarop de verdenking betrekking heeft een legale herkomst heeft en dat daarom een onrechtmatige herkomst als enige logische verklaring kan gelden. Hoewel formeel geen sprake is van een omkering van de bewijslast, ligt op de verdachte wel degelijk een zware last zijn vermogen door middel van legale bronnen te verklaren. 

Er zijn vele constructies denkbaar waarbij sprake kan zijn van het verbergen of verhullen van de illegale herkomst van een geldbedrag.  Indien het vermoeden van witwassen een geldbedrag of goed betreft afkomstig uit een door iemand zelf gepleegd strafbaar feit, is het bijvoorbeeld enkel voorhanden hebben niet voldoende om witwassen bewezen te achten. Er moet een handeling hebben plaatsgevonden waardoor de illegale herkomst wordt verhuld. 

Vanuit de internationale en nationale politiek is in toenemende mate belangstelling voor het bestrijden van witwassen en het financieren van terrorisme waar te nemen. Ook uit de Veiligheidsagenda 2015-2018 – waarin afspraken zijn opgenomen tussen o.a. het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het Openbaar Ministerie en de politie – blijkt dat de aanpak van witwassen wordt geïntensiveerd. De focus bij het Openbaar Ministerie en de politie ligt op het aanpakken van criminele samenwerkingsverbanden, op het vervolgen van juridische en financiële dienstverleners (bijvoorbeeld notarissen) die onmisbaar zijn in het witwasproces en op het onderzoeken van rechtspersonen die worden opgezet of ingezet om illegale geldstromen een legitieme grondslag te geven. 

Toezicht en handhaving vindt niet alleen plaats door het Openbaar Ministerie. Ook toezichthouders als De Nederlandsche Bank (DNB), het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn actief bij de bestrijding van witwassen. Het BFT ziet er bijvoorbeeld op toe dat notarissen voldoen aan de meldplicht en dat zij ongebruikelijke transacties melden. Het niet voldoen aan de meldplicht kan strafrechtelijk worden  vervolgd. Voornoemde instanties werken intensief samen en wisselen informatie uit.

Per 1 januari 2015 gelden hogere straffen voor witwassen: de maximumstraf voor het opzettelijk witwassen is van maximaal 4 naar maximaal 6 jaar gevangenisstraf gegaan, de maximumstraf voor gewoontewitwassen is maximaal 8 jaar gevangenisstraf geworden. Indien iemand redelijkerwijs had moeten vermoeden dat er sprake was van witwassen (ook wel ‘schuldwitwassen’), kan er een gevangenisstraf van maximaal twee jaren worden opgelegd.  Een geldboete of taakstraf behoren eveneens tot mogelijke straffen. In dit soort zaken wordt vrijwel altijd door het Openbaar Ministerie naast de strafzaak ook een ontnemingsprocedure ingezet om het vermeende wederrechtelijk verkregen voordeel af te nemen. Indien sprake is van witwassen in de uitoefening van een beroep, kan eveneens een beroepsverbod worden opgelegd. 

Gelet op de ruime uitleg die het Openbaar Ministerie geeft aan witwassen, gezien het mogelijke belang van een vroegtijdige verklaring en met het oog op de hoge straffen, is het van belang dat in een vroegtijdig stadium een advocaat wordt gepleegd. Wij denken graag met u mee over vraagstukken ten aanzien van witwassen.

Ondernemingsstrafrecht advocaten
  • Simeon Burmeister Strafrecht, Financieel-economisch strafrecht, TBS & Psychiatrisch patiëntenrecht
  • Robbert Jonk Strafrecht, Financieel-economisch strafrecht, Ontnemingsrecht & Uit- en overleveringsrecht
  • Patrick van der Meij Strafrecht, Financieel-economisch strafrecht & Ontnemingsrecht
  • Sabine Pijl Strafrecht, Financieel-economisch strafrecht & Uit- en overleveringsrecht
  • Melissa Slaghekke Strafrecht, Financieel Strafrecht, Jeugdstrafrecht, Uit- en overleveringsrecht
  • Maike Bouwman Strafrecht, Financieel-economisch strafrecht, Uit- en overleveringsrecht & Jeugdrecht