Home » Derde wijziging NOW-regeling (eerste tranche)

Derde wijziging NOW-regeling (eerste tranche)

Door: Bianca Hampsink

Minister Koolmees heeft op 20 mei 2020 enkele wijzigingen in de NOW-regeling aangekondigd. Dit onder meer zodat meer bedrijven op de NOW een beroep kunnen doen en minder snel tussen “wal en schip” zullen belanden. Ook bedrijven die eerder geen beroep konden doen op de NOW, kunnen door de wijzigingen mogelijk alsnog recht hebben op een tegemoetkoming in de loonkosten voor de maanden maart tot en met mei op grond van de eerste tranche van de NOW.

Wijzigingen NOW-regeling eerste tranche

(periode maart tot en met mei 2020)

Loonsombepaling voor seizoensbedrijven

Seizoensbedrijven kennen een periodegebonden omzetpiek en hebben in maart vaak meer personeel in dienst dan in januari. Hierdoor kunnen zij in de huidige NOW-regeling onvoldoende gebruik maken van de NOW. De minister heeft zich de kritiek van onder andere de horecaondernemingen aangetrokken en heeft besloten de NOW-regeling hierop toch aan te passen.

Derde wijziging NOW-regeling | Cleerdin & Hamer advocaten

Er wordt een alternatieve rekenmethode voor de subsidiehoogte opgenomen. Deze houdt in dat een stijging van de loonsom in maart tot en met mei 2020 mee kan worden genomen in de hoogte van de subsidie bij de vaststelling, op voorwaarde dat de loonsom in de periode maart tot en met mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom in januari 2020. In deze rekenmethode wordt de hoogte van de loonsom in de maanden april en mei altijd gemaximeerd op het niveau van maart. Kort gezegd: de subsidie voor een werkgever gaat omhoog als hij in de maanden maart, april en mei een hogere loonsom had dan in januari. Bij de vaststelling van de subsidie wordt dit verrekend.

Geen loonsom in januari 2020?

Ondernemingen met een 0-loonsom in januari 2020 of geen loonsom in januari 2020 en november 2019, maar die wel een loonsom in maart tot en met mei 2020 hebben, kunnen hierdoor mogelijk alsnog in aanmerking komen voor de NOW. Ondernemingen die wel een aanvraag hebben ingediend, maar van het UWV een afwijzende beschikking hebben ontvangen om die reden, worden door het UWV benaderd.

Let op: pas bij de uiteindelijk vaststelling van de subsidie krijgt de werkgever op grond van de alternatieve rekenmethode aan aanvullende tegemoetkoming op grond van de NOW. Er worden dus geen aanvullende voorschotten uitgekeerd over de eerste tranche. De aanvraag om vaststelling kan pas op 7 september 2020 worden ingediend bij het UWV.

Bepaling relevante loonsom en omzet in situaties van overgang van onderneming

Soms kunnen bedrijven die recent zijn overgenomen niet of onvoldoende gebruik maken van de NOW. Dit kan voor een deel van de bedrijven worden opgelost door in situaties van overgang van onderneming in 2019 tot 1 februari 2020 de bestaande bepaling in de NOW voor startende ondernemingen te hanteren. De regeling voor startende bedrijven gaat ervanuit dat een bedrijf uiterlijk 1 februari 2020 is gestart, omdat er anders geen relevante refertemaand voor de omzet voorhanden is. Ook de wijziging van de loonsombepaling voor seizoensbedrijven kan bij bedrijfsovernames een uitkomst bieden.

Dertiende maand (en andere extra periode salarissen) filteren uit loonsom

Wij schreven eerder over een kennelijke fout in de NOW-regeling. Voor werkgevers die in de eerste tranche een beroep doen op de NOW-regeling, neemt het UWV de maand januari als uitgangspunt om de hoogte van de subsidie vast te stellen. Veel bedrijven hebben in januari nog een dertiende maand, of een winstuitkering uitbetaald aan hun werknemers. Bij het incidenteel uitbetalen van een hoger salaris in januari is het loon daardoor vanzelfsprekend hoger geweest dan normaal. Als in de maanden daarna minder salaris is uitgekeerd, dan kan het UWV de subsidie van de werkgever terugvorderen. De reden hiervoor is dat als de loonsom net zo hard daalt als de omzet, een subsidie niet nodig zou zijn.

De Minister heeft erkend dat het een vertekent beeld geeft wanneer de werkgever in januari 2020 een dertiende maand heeft uitgekeerd. Het niveau van de loonsom is immers hoger dan de werkgelegenheid die daar tegenover staat. De verplichting om de loonsom voor de maanden maart tot en met mei op hetzelfde niveau te houden als de maand januari pakt in die situatie voor de aanvrager nadelig uit. De NOW-regeling wordt hierop aangepast. Een eventuele dertiende maand wordt uit de loonsommen “gefilterd”. Het UWV zal bij de vaststelling de extra periode salarissen, zoals een dertiende maand, uit de loonsommen halen. Hiermee wordt voorkomen dat de werkgevers vanwege het bijvoorbeeld uitbetalen van een dertiende maand in januari 2020 de NOW-subsidie moeten terugbetalen.

Langer openstellen aanvraagtijdvak

Het aanvraagtijdvak van het eerste pakket wordt verlengd van 31 mei naar 5 juni. Dit vanwege twee nieuwe mogelijkheden die zijn opgenomen in de NOW: de mogelijkheid om voor de berekening van de loonsom ook te kijken naar de maanden maart, april en mei en de mogelijkheid om bij een overgang van onderneming de omzet op een afwijkende manier te bepalen. Hierdoor kunnen werkgevers die in eerste instantie niet in aanmerking kwamen voor een tegemoetkoming op grond van de NOW mogelijk alsnog succesvol een aanvraag doen. De wijzigingen zullen met terugwerkende kracht gaan gelden, vanaf het moment van verzending van de brief. Werkgevers kunnen dus vanaf nu tot en met 5 juni gebruik maken van deze nieuwe mogelijkheden in de huidige regeling.

Accountantsverklaring

Op basis van de aanvraag verstrekt het UWV een voorschot ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming in de loonkosten. Er zal achteraf worden vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor grote aanvragen boven een nader te bepalen omvang is hierbij een accountantsverklaring vereist.

Op 20 mei 2020 is uitgewerkt in welke gevallen een accountantsverklaring verplicht wordt gesteld. Er zijn twee grenzen vastgesteld. Er wordt hierbij aangesloten bij de reguliere grens van de Aanwijzingen voor de subsidievaststelling.

Voor de NOW zal de accountantsverklaring verplicht gesteld wordt voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van €100.000,- of meer. Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot krijgt, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt die (veel) hoger is dan €125.000,-, zonder dat daarbij een accountantsverklaring hoeft te worden overlegd, wordt ook bij een vastgestelde subsidie van €125.000,- of meer een accountantsverklaring vereist. Bedrijven en instellingen die een voorschot van minder dan €100.000,- hebben ontvangen zullen zelf moeten inschatten of de subsidie op €125.000,- of meer zal worden vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben. Om de berekening die daarvoor nodig is te kunnen maken, zal een online rekentool beschikbaar worden gesteld.

Dat betekent dat er in situaties waarin geen accountantsverklaring nodig is, wel controle plaatsvindt. De werkgever is verantwoordelijk voor de informatie die hij bij de aanvraag en de vaststelling van de subsidie verstrekt. De werkgever dient met betrekking tot de omzet en de loonsom een zodanig controleerbare administratie te beheren, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De verzoeken tot vaststelling waarbij geen accountantsverklaring is vereist, worden steekproefsgewijs gecontroleerd.

Daarnaast zal – als geen accountantsverklaring overlegd hoeft te worden – bij het verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot boven de €20.000 of een vaststellingsbedrag boven de €25.000,-, een verklaring van een derde overlegd moeten worden die de omzetdaling bevestigt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een administratiekantoor, financieel dienstverlener, of brancheorganisatie. De Belastingdienst vraagt een dergelijke derdenverklaring ook bij uitstel van betaling bij bijzondere omstandigheden.

Heeft u vragen over de wijzigingen in de NOW-regeling? Neemt u dan contact op met mevrouw mr. Bianca Hampsink of een van onze arbeidsrechtadvocaten.

DEEL OP:
Recente berichten
now-regeling 2.0 | Cleerdin & Hamer advocatenHet effectief ten uitvoer leggen van straffen via een ineffectieve wet een goed begin is het halve werk | Cleerdin & Hamer