Home » Arbeidsrecht » Wet compensatie Transitievergoeding

Wet compensatie Transitievergoeding

De transitievergoeding

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in 2015 hebben werknemers recht op een transitievergoeding bij een opzegging van hun dienstverband. Met de invoering van de WAB per 1 januari 2020 hebben werknemers vanaf dag 1 van het dienstverband recht op een transitievergoeding. De eerdere voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst 24 maanden moet hebben geduurd is met de WAB geschrapt. De opbouw bedraagt voor alle werknemers – ongeacht leeftijd of duur dienstverband – 1/3e maandsalaris per dienstjaar.

De transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid

De werkgever is de transitievergoeding ook verschuldigd in het geval de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd met langdurig zieke werknemers. Voor veel werkgevers is dit een doorn in het oog. Zij hebben de werknemer eerst twee jaar zijn of haar loon moeten doorbetalen en moeten vervolgens na beëindiging van het dienstverband ook nog een transitievergoeding voldoen. In het verleden zijn om die reden met regelmaat ‘slapende dienstverbanden’ ontstaan. Een slapend dienstverband betekent dat de arbeidsovereenkomst formeel nog blijft bestaan, terwijl de loondoorbetalingsverplichting is gestopt. De werknemer wordt niet meer betaald. In het verleden hebben werknemers nog wel eens geprobeerd een beëindiging (en betaling van de transitievergoeding) af te dwingen bij de rechter, echter zonder resultaat.

Slapende dienstverbanden werden als onwenselijk gezien. Hoewel een slapend dienstverband voor de werkgever in beginsel aantrekkelijk klinkt, kleven er wel degelijk risico’s aan het slapend houden van een arbeidsovereenkomst. Zo bestaat er bijvoorbeeld altijd nog de kans dat de werknemer toch hersteld, waarna beide partijen weer re-integratieverplichtingen hebben. Verder kan het voor een werknemer een zware (psychische) last vormen om het dienstverband niet formeel af te kunnen sluiten.

Om die reden is de Wet compensatie transitievergoeding in het leven geroepen.

Wet compensatie transitievergoeding

De Wet compensatie transitievergoeding is op 1 april 2020 in werking getreden. Dit betekent dat werkgevers kunnen vanaf die datum bij het UWV een aanvraag kunnen indienen voor compensatie van de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige ziekte. De compensatieregeling geldt voor transitievergoedingen die op of na 1 juli 2015 zijn betaald.

Lag het einde van de periode van twee jaar ziekte vóór 1 juli 2015? Dan is geen compensatie mogelijk.

Om in aanmerking te komen voor de compensatie gelden de volgende voorwaarden:

  1. de werknemer is ontslagen wegens langdurige ziekte;
  2. de werknemer had op grond van de wet recht op een transitievergoeding;
  3. de werkgever heeft de transitievergoeding betaald aan de werknemer. De werkgever wordt uitsluitend gecompenseerd voor de transitievergoeding zoals deze gold op het moment van het einde van de loondoorbetalingsverplichting.

Einde slapende dienstverbanden

Met toen nog de invoering van de Wet compensatie transitievergoeding in het vooruitzicht, heeft de Hoge Raad zich op 8 november 2019 uitgesproken tegen slapende dienstverbanden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een werkgever desgevraagd zijn medewerking dient te verlenen aan een voorstel van de werknemer om een dienstverband te beëindigen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De werkgever dient bovendien in dat geval de transitievergoeding aan de werknemer uit te keren. De Hoge Raad heeft daarmee feitelijk een halt toegeroepen aan de slapende dienstverbanden.

In het geval de werknemer de werkgever derhalve verzoekt om zijn dienstverband te beëindigen vanwege langdurige ziekte, is de werkgever gehouden op grond van goed werkgeverschap mee te werken aan de beëindiging van het dienstverband en aan de uitkering van de transitievergoeding.

De Hoge Raad heeft verder geoordeeld dat op het uitgangspunt van verplichte medewerking aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wel een uitzondering kan worden gemaakt indien de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer blijken te bestaan. De Hoge Raad heeft expliciet overwogen dat zo’n belang niet kan zijn gelegen in de omstandigheid dat de werknemer op het moment dat hij zijn beëindigingsvoorstel doet, de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt.

Conclusie

Het is voor werkgevers derhalve van belang om – als er geen re-integratiemogelijkheden meer zijn en er geen andere redenen zijn om het dienstverband te laten voortbestaan – tijdig de arbeidsovereenkomst op te zeggen na twee jaar ziekte. Het UWV compenseert immers alleen de transitievergoeding zoals die gold op het moment van het einde van de loondoorbetalingsverplichting. Hoe langer het dienstverband duurt, hoe hoger de transitievergoeding zal zijn. Dit terwijl de werkgever die hogere transitievergoeding niet (volledig) vergoed krijgt van het UWV.

Heeft u vragen over de compensatieregeling na langdurige ziekte? Neemt u dan contact op met één van onze arbeidsrechtadvocaten.