Echtscheiding

Tegenwoordig eindigt ruim één op de drie huwelijken in een echtscheiding. Een echtscheiding moet via de rechtbank tot stand worden gebracht. In een echtscheidingsprocedure is bijstand van een advocaat verplicht.

Een echtscheidingsprocedure wordt opgestart door het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank door een advocaat. Beide partners kunnen een verzoek tot echtscheiding indienen. Het maakt voor de inhoudelijke procedure niet uit wie van beiden dat doet. De enige wettelijke grond voor echtscheiding is dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.

De andere echtgenoot kan na indiening van het verzoekschrift gedurende zes weken nadat de deurwaarder het verzoekschrift heeft betekend, een verweerschrift indienen. Verweer voeren tegen de verzochte echtscheiding heeft in de praktijk weinig tot geen kans van slagen. Als één van beide partijen stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zal de rechtbank in beginsel oordelen dat er voldoende grond is om de verzochte echtscheiding toe te wijzen.

Naast het tot stand brengen van de echtscheiding moeten er meestal ook andere zaken geregeld worden. U kunt hierbij denken aan het gebruik van de woning, het vaststellen van kinder- en/of partneralimentatie, de woonplaats van en een omgangsregeling met de kinderen etc. Daarnaast moet uiteraard ook de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld worden, waaronder de echtelijke woning, de inboedel, het vermogen en de schulden.

Voor de datum van de verdeling van de gemeenschap – de zogenaamde peildatum – geldt voor zaken waarin het verzoekschrift na 1 januari 2012 is ingediend als peildatum het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank. Vanaf die datum is de gemeenschap van rechtswege ontbonden. Na deze datum is het voor partijen niet meer mogelijk om de omvang en de waarde van de gemeenschap te beïnvloeden. Dit betekent dat vermogensbestanddelen en schulden die na deze datum tot stand zijn gekomen cq ontstaan, buiten de gemeenschap vallen.

Belangrijk is dat het starten van de echtscheidingsprocedure – en daarmee de ontbinding van de gemeenschap – wordt ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Vanaf dat moment kan de ontbinding van de gemeenschap aan derden worden tegen geworpen.

Nadat de schriftelijke stukken van beide partijen bij de rechtbank zijn ingediend, plant de rechtbank een zittingsdatum. Op deze zitting worden partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten en te reageren op het verweer van de ander. Hierna zal de rechter een beslissing nemen, welke wordt vastgelegd in een beschikking. Tegen deze beslissing van de rechtbank, kan gedurende 3 maanden hoger beroep worden ingesteld.

De echtscheiding komt pas formeel tot stand nadat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Deze inschrijving moet binnen 6 maanden na afloop van de hoger beroepstermijn plaatsvinden. Als dit niet binnen die termijn gebeurt, verliest de beschikking haar kracht en blijft u gehuwd.

Uiteraard is het mogelijk in overleg afspraken te maken, al dan niet vastgelegd in een echtscheidingsconvenant, over de gevolgen van de echtscheiding. In dat geval kan de rechtbank hierover bericht worden en zal een inhoudelijke procedure en zitting niet nodig zijn. De rechtbank zal dan conform uw gezamenlijke verzoeken beslissen.

Ook is het mogelijk om samen naar een advocaat te gaan, die de belangen van u beiden behartigt. Hierover kunt u meer lezen onder het kopje mediation.

Cleerdin & Hamer advocaten kunnen u zowel in mediations als in echtscheidingsprocedure met ieder een eigen advocaat bij staan.

‹ terug